‘Soigneren kan je leren’

Sommige renners hebben het gewoon. Het lijkt hun geen enkele moeite te kosten. De fietssokken hebben altijd de juiste kleur en lengte. Het wielershirt is volgens de laatste snit en alle overige accessoires zijn bijpassend. Als zo’n renner na de rit zijn helm afzet, springt zijn haar vanzelf weer in model. Mocht hij eens afzien, dan doet hij dat in stijl. Het maakt niet uit wanneer je hem fotografeert, hij ziet er altijd goed uit. Modderspatten, geplette insecten, vogelpoep en snot zijn bij zo’n renner altijd esthetisch verantwoord.

Toen ik met fietsen begon, was soigneren nog niet iets waar ik me mee bezighield. Ik reed mijn eerste rondjes met gymschoenen, een sportbroek zonder zeem en een slobbertrui. Naarmate zowel de kilometers als de financiële middelen toenamen, kreeg ik steeds meer echte fietsspullen en begon het belangrijker te worden om er op fiets ook een beetje leuk uit te zien. Het bleef echter behelpen zolang er nog geen vrouwenfietskleding op de markt was, aangezien de beschikbare snit voor de kleine fietsende man mijn vrouwelijke vormen maar matig kon volgen. De wielershirts van toentertijd zaten me uiteindelijk toch een beetje zoals die eerste slobbertrui.

Met het aanbod op de huidige markt ligt het echt aan jezelf als je niet gesoigneerd op je fiets zit. Fietsvrienden grappen over de imaginaire cursus ‘Soigneren kan je leren’ wanneer een fietser zijn kleding niet goed op elkaar heeft afgestemd. Ik vrees dat ik een dergelijke cursus wel kan gebruiken. Bij mij gaat het allesbehalve vanzelf. Ik probeer het echt wel: leuk shirtje, bijpassende broek en sokken. Als het even kan is er zelfs aandacht voor details zoals bidons, de kleur van mijn nagels of het elastiekje in mijn haar. Gesoigneerd op de fiets is goed voor de moraal.

Maar op de een of andere manier is het bij mij toch vaak ‘net niet’. Vooral tijdens lange tochten moet ik rekening houden met veranderende weersomstandigheden, die mijn soigneerplannen onderuithalen. Ik ga me niet nat laten regenen of koud laten waaien. In dergelijke gevallen gaat er een windstopper mee, ook al past die niet altijd bij mijn outfit. Het moet allemaal wel een beetje functioneel blijven. Modderspatten, geplette insecten, vogelpoep of snot dragen bij mij nooit bij aan de esthetiek. Als de omstandigheden beroerd zijn, zie ik er dito uit.

Ook als het niet zo moeilijk is, gaat het nog wel eens mis. Voor een prachtige rit met heerlijk weer in het Italiaanse Toscane lijkt het niet ingewikkeld om mezelf leuk aan te kleden: shirtje, broekje en sokken zijn bij elkaar passend. Mijn helm, schoenen en handschoentjes keurig wit. Mijn haar in een vlecht en zonnebril gepoetst. De laatste haartjes van mijn schenen zijn die ochtend nog weggeschoren. Wat kan er mis? Ik fiets heerlijk die dag. Na de laatste klim van deze rit leg ik mijn voeten op een muurtje met een prachtig uitzicht. Pas als ik de foto gemaakt heb zie ik het. Ze zijn wel van hetzelfde merk en dezelfde kleur, maar niet van dezelfde lengte. Stik. De paren zijn na de was verkeerd bij elkaar gevouwen. Soigneren? Ik leer het nooit.

© ingefietst.nl

Ik nodig je uit om te reageren:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s