Geen idee hoe vaak ik inmiddels naar het toilet ben geweest. Wedstrijdspanning. En eigenlijk weet ik niet zo goed waarom dat vandaag nodig is, want ik doe mee aan de ‘200 open’ waarbij er weliswaar klassementen zullen worden opgemaakt, maar er geen prijzen of huldigingen zullen zijn voor de verschillende leeftijdscategorieën. Kortom, het gaat nergens over en voor de kilometers en hoogtemeters van vandaag heb ik echt voldoende gedaan. Het is druk en chaotisch. Net als mijn leven vlak voor dit evenement, wat ongetwijfeld bijdraagt aan mijn gemoedstoestand. Er zijn startboxen, maar het bord om te kunnen zien waar je moet zijn staat op kniehoogte, zodat eigenlijk vrijwel niemand direct naar de goede plek gaat. Rob, Diana en ik moeten in de laatste twee startboxen, die in de praktijk gewoon één groot startvak blijken te zijn. Pas als we na een deprimerend deuntje muziek worden weggeschoten, land ik in wat we gaan doen vandaag. Eindelijk! Ik ga hem een keer meemaken. Na vorig jaar The Rift in IJsland, nu The Traka in Spanje.

Als we het veld verruilen voor asfalt, heb ik direct voldoende ruimte. In de eerste lange klim slalom ik me door de meute verder naar voren. Rob en Diana verlies ik direct uit het oog, maar volgens mijn laatste registratie zit Rob ergens voor me en Diana achter me. We zullen alle drie onze eigen strijd gaan leveren vandaag. Mijn persoonlijke eerste missie is afrekenen met de drukte. Omhoog gaat dat prima. Uit de verkenning van de afgelopen week weet ik dat de eerste zestig kilometer een slijtageslag zal zijn, waarin we een flink deel van de uiteindelijk zo’n 3000 hoogtemeters zullen verzamelen. Lekker doorklimmen, maar niet forceren. Ik houd ruimte met mijn voorganger op de steile stukken, zodat ik nog tijd heb om uit te sturen als er ineens voor me een voetje aan de grond gaat. Omlaag zie ik er wat tegenop met de mensenmassa en dat gaat ook niet meteen lekker. Ik laat me door onverwachte manoeuvres van andere renners te veel van mijn stuk brengen. Soms zijn die ook ronduit suf, zoals de twee die al afdalend een discussie uitvechten, waarbij ze het hele pad gebruiken. Gelukkig ben ik op dat moment niet de enige die dat niet vind kunnen en krijg ik steun als ik er wat van zeg. De volgende afdaling is een serieuze ‘rockgarden’ met grove keien en enkele drops. Afgelopen week riep ik hier achter Gerwin nog paniekerig: “Ik zie niks, ik zie niks!” Vandaag heb ik een prima lijn. Ik heb er lol in. Ik houd wel van een beetje underbiken.
Het eerste stuk van het parcours is het zwaarst, het leukst, maar helaas ook het drukst. Inmiddels bevind ik me aan de nummers te zien tussen de langzamere renners van het startvak vóór ons. Ik weet uit de verkenning dat de klim waar we nu mee bezig zijn, gaat eindigen met een steil stuk met een diepe geul. Eenmaal gekozen voor links of recht is de geul oversteken geen serieuze optie meer. Het is file-klimmen. Mijn marge met mijn voorganger blijkt niet genoeg als er vier renners voor me niet een voetje, maar een complete renner aan de grond gaat. Ik moet uitklikken en trek daarna mijn fiets door de geul, waarmee ik ervoor zorg dat het door de valpartij veroorzaakte domino-effect achter me stopt. Opstappen is geen optie. Ik loop een paar passen en besluit nu ik toch afgestapt ben, dat ik maar gelijk ga voor de plaspauze die ik al een aantal kilometer voelde aankomen.

Nu volgt een stuk dat we niet hebben verkend. De afgelopen week hebben we in de omgeving van Girona met ons zevental een aantal ritten gemaakt. Twee daarvan waren serieuze verkenningsritten, waarin we een groot deel van het parcours hadden kunnen beproeven, maar we zijn ook heen en weer geweest naar de kust en hebben een rondrit naar Banyoles gemaakt. Ik was nog nooit in Girona geweest en heb ontzettend genoten van de prachtige omgeving en de leuke stad. Van onze groep hadden Bas en Sandra plannen voor de 360° en zouden Diana, Rob en ik voor de 200 gaan. Karen, maar ook Gerwin hebben gezellig meegefietst met de ritten in aanloop naar dit weekend en bij de wedstrijddagen ondersteund. Ingewikkeld was het wel voor de planning in die week, dat de 360° op de vrijdag was en de 200 op de zaterdag, maar Bas had gezorgd voor mooie routes, waarin iedereen ook stukken van zijn eigen afstand kon verkennen. In mijn hoofd echter ben ik op dat moment in de wedstrijd even het spoor bijster. Er moet ergens nog een hele lange klim komen, die we op de de eerste verkenningsdag direct na die klim met die geul hebben gedaan, maar ik weet dat die nu pas zit na de bevoorrading op 96 kilometer. We rommelen voor mijn gevoel onverwachts door boerenland met heel veel rivercrossings, die ik niet eerder heb gezien en dan zit ik ineens in een snel doorrijdende groep. Het vlakt af en het voelt even als de gravelkoers bij Turnhout. Ik plant mijn wiel in dat van een stabiele piloot en zorg dat daar niemand tussenkomt die gaten laat vallen. Omdat hij zo fijn stuurt zeg ik niks van het feit dat hij blijkbaar zijn gels niet heeft voorzien van zijn startnummer zoals de organisatie voorschrijft en hij achteloos zijn troep wegsmijt. Dat vreet wel een beetje aan me. Gelukkig zijn we zo wel snel bij de eerste bevoorrading, alwaar ik alleen wat water bijvul.
Heel even zit ik alleen, maar al snel verzamel ik renners die ik passeer in mijn wiel. Ik vind het niet erg om het kopwerk te doen. Ik hoef nu niet door gaten te stuiteren die ik niet heb zien aankomen. Voorop rijden bij een gravelrace geeft misschien niet de benen, maar wel het hoofd rust. En dan weet ik dat we er zijn: de hele lange klim. Eigenlijk zijn het wel twintig klimmen, die renners in snokken van net niet prettige steilheid steeds een level hoger brengt. Soms vlakt het wat af. Soms daalt het zelfs een stukje. Maar altijd weet ik: dit is niet de laatste snok. Ik weet dat dit pas eindigt bij een grote wandelparkeerplaats. Het is mijn eigen gevecht. Ik vind de klim prachtig wat betreft het landschap, maar ik heb liever wat meer regelmaat. Als ik een renner zie lopen, realiseer ik me hoe goed ik nog steeds bezig ben. “Do you need anything?” vraag ik. No, but if you could throw me a fresh pair of legs, that would be awesome.” Ik moet lachen. “Sorry mate, can’t give you mine. I still need them.” Gaat lekker, Inge. Gewoon blijven trappen. Bij de volgende bevoorrading op 125 kilometer heb ik niks nodig en rijd ik direct door.

De hele rit heb ik me zitten verheugen op het feit dat ik weet dat er na deze klim een heel mooi stuk komt. Op die verkenningsdag hebben we genoten van het aanzienlijk minder agressief glooiende coulissenlandschap met velden vol klaprozen. Vandaag voelt het heel anders. Ik heb geen zin meer. En dat is lastig als je nog een kleine vijfenzeventig kilometer moet. Mijn lijf doet het nog prima, maar mijn hoofd gaat moeilijk doen. Ik zet vraagtekens bij sommige levenskeuzes. Bijvoorbeeld: wat doe ik hier? En: waarom doe ik dit? Het trainen voor dit evenement was leuk om te doen. Ik vind het altijd fijn om ergens naar toe te werken. Ik hou van de structuur en de stok achter de deur. De week hier in Girona en omgeving was helemaal fantastisch geweest. Lekker fietsen in een prachtige omgeving met leuke fietsmaatjes. Die waren zo lief en geduldig om mijn gestuiter afgelopen week te tolereren en te kanaliseren. Wat was ik druk geweest met zowel privé als werk om überhaupt weg te kunnen! Die periode in warp speed vooraf was niet goed voor mijn focus de eerste dagen hier. Wijsheid komt met de jaren, maar dat is heel wat anders dan een fatsoenlijk functionerend kortetermijngeheugen.
Ik fiets in een niemandsland. De enkele renners die me passeren fietsen te snel om aan te pikken en de paar die ik zelf inhaal, rijden te langzaam. Heel even heb ik een wielplakker, die me na enkele kilometers zwijgend volgen, bedankt dat ik hem door dit stukje heb gesleept. “You’re welcome,” antwoord ik en ik realiseer me dat ik dit leuk vind, zowel het feit dat ik iemand geholpen heb als het feit dat ie me bedankt. Nu mezelf nog helpen. Ik mis mijn Oakley Meta Vanguard bril. Een motiverend muziekje was wel even leuk geweest nu, maar zowel ‘headphones’ als ‘recording the race’ zijn door de organisatie verboden, dus ik heb mijn gewone fietsbril op vandaag. Wat betreft de camera zag ik enkele dagen later dat er daadwerkelijk een renner was gediskwalificeerd wegens het plaatsen van beelden vanuit de koers op social media. Onderweg heb ik wel jaloers gekeken naar renners die gewoon met oortjes in reden. Mijn lijf werkt gewoon verder, ook al gaan mijn gedachten alle kanten op. Ik eet en drink nog steeds prima en de kilometers kruipen onder mijn wielen door. Eindelijk ben ik in de laatste twintig kilometer.

Een wegstrijd moet een finale hebben, maar net als bij het parcours op het WK Gravel in Veneto was er naar mijn idee net een tikje te veel fantasie gebruikt. Na een op zich prima singletrack en een wat mij betreft leuke rivercrossing volgt een bizar steil klimmetje dat ze speciaal voor deze wedstrijd hebben aangelegd. Er was een smal paadje, dat ze afgelopen week nog hebben verbreed door struiken te verwijderen, wat resulteerde in een flinke bak mul zand toen we het klimmetje verkenden. Ineens is het weer drukker met andere renners. Ik heb me enkele kilometers geleden voorgenomen dat ik dat klimmetje wil slechten zonder afstappen, dus ik haal nog snel enkele fietsers in, zodat ik zonder iemand voor me eraan kan beginnen. Dat mulle zand valt vandaag enorm mee. Op de een of andere manier hebben al die duizenden wielen het stevig aangereden. Gaat nog prima! Gelukt.
Nu dat hobbeldebobbel singletrackje nog. Bij de verkenning heb ik me serieus afgevraagd waarom je dit ook de renners van de 360° zou willen voorschotelen na zo’n 300 kilometer. Voor een aanzienlijk deel van die deelnemers is dat ook nog eens in het donker. Mul zand, stenen, een vieze rivercrossing en zo hier en daar een afstap. Ook bij daglicht blijkt het gevaarlijk. Direct als ik het pad indraai zie ik een man onderin bij de rivier liggen. Hij moet de diepe afstap hebben gemist en rechts naar beneden zijn gekukeld. Het is een van een tweetal Nederlanders die me even daarvoor waren gepasseerd. Ik stop. “Gaat het?” roep ik. “Ben je op je hoofd gevallen? Hoe heet je?” Ik bedenk me dat er een vrijwilliger aan het begin van dit pad zat en ik overweeg om die te gaan halen. Dan komt zijn fietsmaat teruggewandeld. Hij neemt het van mij over. Mijn zin in de rest van dit ongemakkelijke pad is echter bij de man in het riviertje achtergebleven. Focus! De laatste paar kilometer, nu geen brokken maken.

En dan ineens ben ik er. De laatste meters op het grasveld hoor ik Karen, Bas, Gerwin en Sandra roepen. Ook wildvreemden joelen renners over de streep. Binnen! Ik loop direct in een fuik van mensen die blijkbaar op de podiumceremonies voor de Elite-renners zijn afgekomen. Die bekijk ik me ook maar even, terwijl ik langzaam bij mijn positieven kom. Ik check mijn tijd: 9 uur en 46 minuten. Dat is ruim binnen de 10 uur die ik mezelf had toebedacht. En ik blijk tweede in mijn categorie. Dat heb ik toch best goed gedaan! Vergeten is die kilometer of dertig, veertig met ruzie in mijn hoofd. Wat een topdag: Sandra en Bas hebben gisteren de 360° volbracht, Rob, Diana en ik zijn vandaag heelhuids door de 200 gekomen en verder hebben we allemaal een superfijne week gehad hier. Girona en de omgeving hebben een plekje in mijn hart veroverd. Volgend jaar weer? De week: graag. De race: daar denk ik nog even over na. Misschien dan de Santa Vall doen? Die is ook hier in de buurt.
©️ ingefietst.nl
