“Als je echt niet meer kunt, heb je alles gegeven”

De eerste klim

Op 7 juni 2012 tegen 4 uur in de nacht fietsen we om de camping heen om al vrij snel aan te sluiten in de enorme rij. De start is nog ver weg en vanaf waar wij staan niet waar te nemen. Om half vijf zal het eerste startvak vertrekken, maar wij staan daar op die weg een klein uur zonder dat er beweging in de rij komt. Ik heb het koud en doe mijn windjackje aan. Boven op de berg wordt het inmiddels licht. Opeens kunnen we fietsen en totaal onverwacht rijden we helemaal door tot in het dorp en door de start. Fakkels. Gejoel. Mijn Alpe d’HuZes is begonnen en het heeft me gewoon overvallen. Nog snel druk ik op de startknop van mijn Garmin. Om 5.03 rijd ik over de piepende matten en draai even later de weg op naar bocht 21. Meteen op het kleinste verzet schakelen en ik bedenk me dat ik mijn windjack nog aan heb. Openritsen is het enige dat ik dan nog kan realiseren, omdat fietsen in die enorme drukte een behoorlijk lastige klus blijkt. We doen met z’n allen ons best om op onze eigen weghelft te blijven, omdat er nu al dalende fietsers zijn, maar dat lukt niet altijd. In de buurt van bocht 18 gaat het voor mij al bijna mis als een man voor me omvalt. Ik kan hem nog net ontwijken en samen met de man rechts van me belanden we in het dan al aanwezige publiek van bocht 18. Ongedeerd vervolgen we onze klim. Ik kan nog net even een blik werpen in het dal waar nevel hangt.

Het fietsen gaat goed. Ik moet me echt inhouden om niet uiterst links iedereen voorbij te fietsen. Doseren, vanaf klim 1. Toch schakel ik na bocht 16 op. Er komt wat ruimte om te rijden en het is inmiddels behoorlijk licht geworden. Ik zie op mijn Garmin, dat ik vergeten ben te resetten na de rit over Reculas, dus die twee ritten worden nu één geheel. Als ik mijn missie vandaag volbreng staan er straks zeven toppen in de hoogtegrafiek, een kleinere en zes grote. Het stuk na bocht 5 is lelijk. De berg is kaal en waar ik heen moet is al te zien en nog veel te ver weg. Gaan we dit echt zes keer doen vandaag? Bij het binnenrijden van Alpe d’Huez zelf is er nog niet zo heel veel volk, maar ineens zie ik mijn neef Carl. Dat maakt het weer even leuk, want het lusje naar bocht 0 vraagt eigenlijk meteen vanaf de eerste klim mentale veerkracht: boven, maar nog niet helemaal! De finish is dan niet ver meer en ik pak na de doorkomst ergens een flesje Extran aan. Door de drukte voor de tent ga ik op zoek naar onze bus bij een rotonde, wat veel tijd kost. Die vind ik niet. Ik vind niemand van onze mensen. Dan maar dalen en gelukkig heb ik een regenjasje in mijn 2e bidonhouder.

De tweede klim

Bibberend van de kou maak ik het lusje richting de tweede start, want dat regenjasje was toch wat weinig extra kleding om in te dalen. Ik vul mijn bidon waar Roosvicee Ferro in zit bij met water, stop nog iets te eten naar binnen en ruim mijn regenjasje op. Mijn windjackje, dat ik eronder had gehouden houd ik nog aan. Ik wil namelijk nooit meer iets uittrekken, zo koud heb ik het. Toch denk ik daar onderweg naar bocht 21 alweer anders over. Het klimmen gaat nog steeds soepel, maar ik krijg steeds meer last van mijn kruis. Nu al. Het zadel heb ik nog niet zo lang, maar daar heb ik een tweedaagse van bijna 400 km op gereden zonder al te veel problemen. De broek van de verplichte Alpe d’HuZes outfit had ik een keer aangehad op een ritje van een kilometer of zestig en daar niet zoveel aan gemerkt, maar de combinatie leek niet ideaal. Wil je blijkbaar weten of een zadel en zeem goed zijn, moet je de Alpe d’Huez opfietsen. Na deze klim maar naar de camping om mijn eigen broek aan te doen.

Voor me fietsen twee mannen, waarvan er één een boel rommel uit zijn fietsshirt een heel eind de berm in mietert, waarbij hij een bijna triomfantelijk “Sorry, Frankrijk!” uitroept. De docent in mij voelt een enorme neiging om hier iets van te zeggen. Vrijwilligers zullen vanavond en morgen de weg weer opruimen, alle half opgegeten koekrepen, verloren fietsbrillen en armstukken weer verzamelen, zodat de berg weer schoon wordt opgeleverd, maar wat zover in de berm ligt zal er volgend jaar nog wel liggen. De fietser in mij bedenkt zich, dat vandaag niet de dag is om alle problemen tot mijn probleem te maken en dat ik mijn energie wel anders kan gebruiken. Ik luister naar de fietser, maar heb toch een beetje spijt als ik even later door het bosrijke Ribot-gedeelte fiets met watervalletjes, het mooiste stukje van de berg.

Na de tweede finish vind ik de bus wel, het was maar een klein beetje verder dan waar ik de eerste keer had lopen zoeken. Wat reepjes eten en naar beneden maar weer.

De derde klim

IMG_0645Op de camping beneden mijn eigen fietsbroek aangedaan, een fles Extran leeggedronken, weer water bij mijn Roosvicee gedaan, die zo elke keer wat meer verdund werd en maar weer klimmen. Ik ging nog steeds als een diesel en met mijn eigen broek kon ik ook weer een beetje op mijn zadel zitten. Het was nu volledig licht en de zon begon er door te komen. De kaarsen in de bochten brandden nog en ik kon me niet aan de indruk onttrekken, dat dit evenement voorzag in een soort behoefte aan zingeving, die religie in onze huidige samenleving niet meer voor elkaar krijgt. Iedereen heeft een verhaal. Iedereen heeft te maken met kanker.
Het is een sponsortocht om fondsen te werven, maar door de foto’s en de kaarsen en de zwaarte van de inspanning verworden tot een soort kruistocht tegen kanker. En ik deed mee, want ik had de 62 rietjes met daarin 62 namen aan mijn stuur inmiddels twee keer naar boven gebracht en was vast van plan om er zes keer van te maken. Om hen te steunen, die strijden tegen kanker en om hen te eren, die de strijd hebben moeten verliezen. Dat.

De vierde klim

De zon was er nu serieus door en maakte het onderste deel van de berg tot een bloedheet strijdtoneel. Ik had dat onderste deel van de klim tot bocht 7, ondanks het steile begin, tot dan toe steeds het leukst gevonden. Mooi groen, afwisselend. Het bovenste deel vond ik langdradig. Dat veranderde op slag bij de vierde klim. Onderin was het namelijk heet en windstil, maar vanaf bocht 7 stond er een behoorlijke bries, die soms weliswaar tegen waaide, maar wel voor afkoeling en zuurstof zorgde. Mijn voeten besloten tijdens deze klim om vocht vast te houden, wat ervoor zorgde dat ik het idee had niet meer in mijn schoenen te passen. Bovendien deden mijn voeten daardoor zo’n pijn dat duwen op de pedalen een ware marteling begon te worden.

In bocht 18 vond ik Tigo, één van de leerlingen, op een muurtje. Hij was misselijk, maar toen hij mij voorbij zag komen stapte hij weer op zijn fiets en reed een stuk met me mee. Opschakelen na bocht 16 zat er vanaf deze klim voor mij niet meer in, sterker nog, ik zou er wat voor over hebben gehad om nog kleiner te kunnen rijden op dat moment. Jaloers keek ik naar kransjes, die Tigo achter had. Was dat een 32 of zelfs een 34? Tigo dacht er niet over te ruilen met mijn 28, hij had dit verzet veel te hard zelf nodig. Toch reed hij na bocht 5 langzaam bij me weg.

Ik worstelde mezelf verder naar boven, me verheugend op de stroopwafels, die ik mezelf beloofd had, waar ik uiteindelijk kwart voor twee aankwam. Voldoende tijd voor de laatste twee klimmen! Bij de bus kon ik echter met mijn dikke voeten nauwelijks van mijn fiets komen. Ik had er hulp bij nodig. Het leek iedereen, die op dat moment bij die bus was, beter dat ik mijn voeten door Rob zou laten masseren, behalve mezelf. Ik vond dat ik daar geen tijd voor had. Ik moest nog twee keer die bult op vandaag. “Echt waar? Wil jij serieus voor die zes keer?!” De blik vol ongeloof, die bij deze vraag op me gericht werd deed me overhalen op die tafel te gaan liggen.

De vijfde klim

allesgegevenEven na drie uur kon ik dan toch aan de vijfde klim beginnen. Op zich was er nog voldoende tijd. Mijn voeten deden minder pijn, wel begon mijn kruis weer te zeuren, zodat ik moeite had met een plekje te zoeken, waar ik nog pijnvrij op kon zitten. Mijn benen deden het echter nog prima. Het spandoek “Als je écht niet meer kunt, heb je alles gegeven” gaf me ook deze klim weer even de moed om door te gaan. Ik kon namelijk nog steeds. Leuk vond ik het eigenlijk niet meer, maar ik had nog niet alles gegeven. Ik moest niet miepen. Zolang ik nog kon fietsen en er was nog tijd en moest ik gewoon die zes keer halen.

En ik kreeg fans. Ergens na bocht 6 had ik sinds de vierde klim een voor mij onbekende man, die “de dame met de rietjes” actief stond op te wachten en een extra duwtje gaf. Ook werd ik voorbij gefietst door een dame, die heel vriendelijk riep: “Ga door! Dat ziet er nog heel goed uit!” Pas toen ze voorbij was zag ik dat het Leontien van Moorsel was, die samen fietste met een man uit het team dat ze begeleidde. Het deed me wel wat deze aanmoediging.

Bijna boven meende ik in de inmiddels enorme drukte Herman te zien. Tegelijk met de gedachte dat het heel tof van hem was drong het tot me door dat hij het niet kon zijn: Herman was dit schooljaar overleden aan een hersentumor. Stiekem heb ik gehuild achter mijn fietsbril om alles, om Herman, om deze kloteziekte, om al die anderen in mijn omgeving, die er verdriet van hebben, terwijl het publiek om me heen joelde alsof ik aan de Tour de France meedeed. Deze vijfde klim was helemaal voor jou, Herman. Het besef waarvoor ik dit zat te doen was opeens weer helemaal terug. Nog één keer voor die 62 aan mijn stuur en voor al die anderen!

Inmiddels had ik Leontien en haar teamgenoot weer bijgehaald en samen met hen kon ik deze vijfde klim finishen. Niet naar de bus, meteen door, nu de klus maar afmaken.

De zesde klim

LS85913uitsnedeMet veel moeite worstelde ik me beneden door de drukte van de startlus. Naar later bleek zat ik midden in de saamhorigheidsklim, die om half zes begon. Het was weer bijna net zo druk als in de eerste klim en net zo moeilijk om een eigen tempo fietsen. Ik bedacht me dat ik vergeten was bij de start mijn bidon bij te vullen en die was dan ook al vrij snel leeg. In vrijwel elke bocht was water te krijgen, maar omdat in de bochten nu ook groepen op elkaar stonden te wachten, was dat opeens toch best een lastige klus. Voor het eerst ging ik tijdens een klim van mijn fiets. Vlak erna zou ik een tweede keer afstappen. Deze keer omdat ik een zout dropje zocht in mijn wielertrui, maar de vermoeidheid ervoor zorgde dat ik al zoekend een gevaar op de weg was. Afstappen, dropje pakken en weer gaan.

Onderweg werd het publiek bedankt. Het echtpaar met de pannen, waarop ze de hele dag hadden staan rammen. Mijn speciale fan na bocht 6. Zomaar publiek dat stond aan te moedigen, sommigen al vanaf de vroege ochtend. Ik werd voorbij gefietst door iemand verkleed in doktersjas. Het geheel had wel iets van de intocht van de Nijmeegse Vierdaagse. Een mevrouw moedigt me nog even aan: “Nog maar een klein stukje, dadelijk met al dat publiek voel je niks meer, je zweeft naar de finish.” Dat was absoluut onwaar. Ik voelde van alles, ondanks al het publiek. Toch ook die zesde keer kwam ik over de finish. Ruim op tijd. Trots. Voldaan. Dankbaar. Moe.

Zes keer diezelfde berg op één dag is het meest bizarre wat ik ooit beleefd heb.

© ingefietst.nl

(Fragmenten van dit artikel zijn met toestemming van de auteur ook verschenen in het Jubileum Magazine ter gelegenheid van 10 jaar Alpe d’HuZes in juni 2015)

4 Comments Voeg uw reactie toe

  1. Ha Inge, wat een verhaal zeg. Je maakt alles heel invoelbaar: de drukte, de chaos, de verrassing als je ineens ‘vertrokken’ bent, en dan die taaie stukken bovenaan op de Alpe d’Huez. Maar ook de liefde van het publiek, oplevingen en speciale contactmomenten met mensen langs de kant. Gaaf dat je nog samen met Leontien van Moorsel hebt gefietst! Je bent wel heel diep gegaan, als ik dit zo lees. Ook emotioneel gaat zoiets je niet in de koude kleren zitten. Het is ook zo’n rotziekte, zoveel mensen die erdoor geraakt worden. Daarom is Alpe d’HuZes ook zo’n goede actie. Wat goed dat je hebt volgehouden ondanks dat je lichaam zegt: stop hiermee. Een bizarre ervaring, maar vast één om nooit te vergeten!

    Like

  2. Leonie schreef:

    ik lag naast je in de tent. Wat een zenuwen, wat een mooi verhaal! Het spandoek kan ik me ook goed herinneren, gelijk na een haakse bocht hing die! Het is bijzonder om deze dag mee te maken en bijna niet te beschrijven. Maar Inge, je hebt me gevoel van die dag weer terug gehaald!! Topper!

    Liked by 1 persoon

Ik nodig je uit om te reageren:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s