To chicken out

De eerste mooie dag van het voorjaar: rokjesdag! Voor mij betekende dat kortefietsbroekendag en eindelijk eens een rondje in zomeroutfit met de racefiets in het lentezonnetje. Heerlijk was dat, na al die kou en nattigheid van de laatste weken! Velen kwamen hun bleke winterhuidjes aan de eerste zonnestralen blootstellen en die hadden allemaal groot gelijk; senioren al dan niet op e-bikes, gezinnen met kinderen en groepen toeristen, dus het was redelijk druk op de fietspaden. Gelukkig weet ik op het platteland waar ik woon voldoende alternatieve wegen om die drukte wat te mijden, zodat ik toch lekker kon doorfietsen. Wie ik op die rustige landwegen toch nog tegenkwam of passeerde kon rekenen op een vrolijk belletje volgens de laatste NTFU-campagne en zo trapte ik zeer goed gehumeurd mijn kilometers.

img_4176
Eindelijk!

 

Op een van die rustige, maar redelijk smalle landwegen kwam me een trekker tegemoet. Als we allebei uiterst rechts zouden houden, konden we elkaar zonder problemen op het asfalt passeren, maar de trekker bleef hardnekkig midden op de weg rijden. Misschien had hij me nog niet gezien? Tijdens mijn motorrijlessen heb ik geleerd dat je als zwakke verkeersdeelnemer je plaats op de weg moet opeisen zodat je goed gezien wordt. Ik heb me tijdens zo’n rijles eens door een auto in de berm laten drukken en ik wist toen gelijk dat dat foute boel was. Met heel veel moeite wist ik mijzelf en de zware motor in die berm uit de sloot te houden en nog meer moeite kostte het om zonder om te kukelen de hoge opstap terug naar het asfalt te nemen. Mijn instructeur sprak toen duidelijke taal en deze les is goed blijven hangen: een motorvoertuig met vier wielen zal niet uit balans raken, die moet op zo’n smalle weg eventueel een stukje de berm nemen en niet de motorrijder. Als motorrijder moet je dan door je lijn te houden je plaats op de weg duidelijk maken aan de tegenligger.

Als fietser was ik hier duidelijk de zwakkere verkeersdeelnemer en even hield ik deze aangeleerde strategie vol op dat landweggetje. Ik bleef met mijn fiets op mijn plaats aan de rechterzijde van de weg, maar gevoelsmatig bijna frontaal, op de trekker af rijden, die het midden hield. Had hij mij nu echt nog steeds niet gezien? Het voelde even als een scene uit een Amerikaanse film, waarbij in een straatrace twee auto’s op elkaar inrijden en er één van de twee op het laatste moment zal wegsturen ‘to chicken out’. Als geen van tweeën de lafbek wil zijn, eindigt dit in een vreselijke frontale botsing. In het geval van mij met die trekker heb ik daar al een plaatje bij en ik knijp hem nu toch. Ziet hij me nou nog niet!? Zit hij te bellen ofzo? Ik neig nu inmiddels toch naar de laatste paar centimeters voor de rafelige wegkant en probeer in de cabine van de trekker te kijken.

Het ongelooflijke gebeurt me op dat moment: de jongeman in de trekker kijkt me aan en stuurt volledig naar mijn weghelft. Er blijft nu geen enkele ruimte meer waar ik hem met mijn fiets nog op het wegdek kan passeren en ik stuur helemaal de berm in. Lijfsbehoud. Deze berm is niet geschikt voor racefietsen en na een poging om te crossen klik ik toch snel uit het pedaal om mijn voet aan de grond te kunnen zetten om een val richting prikkeldraad te voorkomen. Ik draai me verbouwereerd om naar de trekker die inmiddels weer het midden van de weg aanhoudt. Wat was hier de bedoeling van?

De volgende kilometers hing er in mijn hoofd een wolk voor het lentezonnetje en was ik bezig met een poging de mogelijke motivatie van deze jonge trekkerbestuurder te achterhalen. Had ik hem iets aangedaan? Had ik hem uitgedaagd? Al vrij snel had ik vastgesteld dat ik hem niet persoonlijk kende en ik had me toch echt niet asociaal gedragen op dat weggetje, dus ik sloot een persoonsgerichte wraakactie uit. Was het dan een actie tegen wielrenners in het algemeen? Had hij zoveel ergernis tegen wielrenners opgebouwd, dat hij de hele groep een lesje dacht leren door mij daar op dat landweggetje dood te rijden? Ik heb moeite met alle situaties waar een groep wordt aangesproken om het gedrag van enkelingen en de wolk in mijn hoofd werd donkerder.

Ik schrok op uit mijn overpeinzingen door een man op een scootmobiel, die me op het dubbelzijdig fietspad op mijn weghelft tegemoet kwam rijden. Hij bleek in een soort trance en werd hieruit gewekt door mijn gebel. Hierdoor stuurde hij zo dat hij beide helften van het fietspad in beslag nam. Ik remde krachtig en kon hem nog net ontwijken. Ik besefte wat ik net had zitten overdenken en alsof er een duiveltje en een engeltje op mijn schouder om het hardst schreeuwden hoe ik moest reageren flitsten zowel ‘Let toch op man!’ als ‘Alles goed met u?’ door mijn hoofd. Ik liet besluiteloos beiden gaan, knikte zwijgend met mijn hoofd bij wijze van groet en stuurde een volgend landweggetje op.

Het liet me toch niet los en ik baalde dat het incident met de trekker mijn heerlijke fietstochtje in de voorjaarszon aan het verprutsen was. En jawel, weer een trekker. Met grote aanhanger deze keer. Ik voelde mijn hartslag in mijn keel. Deze berm was zo mogelijk nog beroerder om in te vluchten als dat nodig mocht zijn. Ik volgde stug  dezelfde strategie als eerder beschreven. Ik liet me niet gek maken! Nu liep het echter  totaal anders. Ik kreeg ruimte om op het asfalt te blijven en bij het zoeken naar oogcontact stak de bestuurder van de trekker vriendelijk zijn hand op. Ik beantwoordde deze groet dankbaar. Zo doen we dat.

Ik nodig je uit om te reageren:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s