Mijn eerste keer

De eerste keer heeft iets speciaals. Zo onthoudt men de eerste schooldag, de eerste zoen en de eerste keer seks. De eerste keer is niet altijd meteen een groot succes, maar omdat het de eerste keer is krijgt het toch vaak een speciaal plekje in je hart. Als fietser weet ik zo nog heel goed mijn eerste keer koersen.

Beklimming van het Peeske van dezelfde kant als in het beschreven wedstrijdje.
Beklimming van het Peeske van dezelfde kant als in het beschreven wedstrijdje. (Foto ergens begin jaren 90)

Al snel nadat ik door het fietsvirus was besmet ontdekte ik ook hoe leuk het was om samen met anderen te fietsen en elkaar dan ook een beetje uit te dagen op een heuveltje of in een sprintje. Met de jongens uit mijn klas, waarmee ik destijds fietste ontstond zoiets meestal spontaan op vrijwel ieder viaduct en bij bepaalde plaatsnaamborden en de eerste paar keer liet ik mij daar steevast door verrassen. Soms echter werd er ook een heuse koers belegd over een afgesproken traject. Ik zat slechts enkele maanden op de racefiets, toen de heren bedacht hadden dat het leuk was om een wedstrijd ‘Wehl-tegen-Doetinchem’ te organiseren.

Als parcours werd het ‘Rondje Peeske’ uitgekozen. Voor wie niet bekend is in het Montferland, dit is een ronde van ongeveer 15 kilometer met ruim 150 hoogtemeters in de driehoek Zeddam-Beek-’s-Heerenberg. Het is een bekend parcours in het Wielerfestival Montferland, maar ook de Henk Lubberding Classic en diverse wielerrondes en toertochten maken er gebruik van. De jongens kozen voor de richting met de klok mee en de finish zou na vijf ronden zijn bij de door onszelf creatief aangebrachte plakbandmeet op de oprijlaan van Hotel Montferland. Het team “Doetinchem” bestond volgens het verslag in mijn fietsdagboek uit Beuk, Emiel, Fielt, Gert en Smitje, terwijl “Wehl” werd vertegenwoordigd door twee Franken en één Patrick. De rest uit Wehl had denk ik bedacht dat vijf ronden 75 kilometer was en afgezegd met creatieve smoezen als ‘’acute kniepijn” en “de inrit is opgebroken’’. Met een wildcard, omdat wij niet uit eerder genoemde plaatsen kwamen, stonden verder Kramer, Vincent en ik aan de start in Beek.

Achteraf denk ik dat ik vooral aanwezig was uit nieuwsgierigheid en pure naïviteit, want in die paar maanden fietsen had ik nog nooit een afstand van 75 kilometer in een rit gedaan en al helemaal niet in een wedstrijdtempo. Inderdaad ging het in rap tempo richting Zeddam en ik ontdekte dat praten al vrij snel niet meer mogelijk was. Mijn wereld verkleinde zich tot de remblokjes van mijn voorganger en ik probeerde om denkbeeldig mijn tanden in de achterkant van zijn zadel te plaatsen en stevig vast te bijten. Ergens bij de beklimming van het Peeske in de eerste ronde moest ik die missie opgeven en in het gat dat voor mij ontstond zag ik dat Smitje hetzelfde overkwam. Samen probeerden we kop-over-kop aansluiting te krijgen, maar dat was onbegonnen werk. Smitje besloot om bij onze plakbandmeet te wachten en ik ging voor een tweede ronde, hoewel dat wedstrijdtechnisch totaal zinloos was.

Om de een of andere reden wilde ik nog een rondje hard fietsen en dan maar alleen. Gewoon nog een ronde piepende longen en brandende bovenbenen, omdat dat gek genoeg leuk was, of eigenlijk meer lekker. Ik had geen idee hoe snel het ging, want ik had nog geen fietscomputer, maar het ging ongetwijfeld een stuk langzamer dan de eerste ronde. Ergens na mijn tweede beklimming van het Peeske trof ik Vincent en Gert, die inmiddels ook gelost waren en samen reden we naar Smitje bij de finish om op de rest te wachten. Ik had ruim 30 kilometer keihard gefietst, maar vijf rondjes Peeske was nog een lange weg te gaan, letterlijk en figuurlijk. De rest had ook bedacht dat een koers van vijf ronden wat enthousiast was en zij besloten na drie ronden af te sprinten. Wie er heeft gewonnen vermeldt mijn fietsdagboek niet.

Eind mei organiseert Wielerfestival Montferland een ‘Medio Fondo’ over ons rondje Peeske. De andere kant op, met de finish in ’s-Heerenberg en over 100 kilometer, maar toch voelt het een beetje als ons wedstrijdje van eind maart 1990. In dat wielerweekend moet ik bijna vijftig scheikunde-examens van het VWO nakijken onder tijdsdruk, dus deelname om te proberen of ik het nu langer dan twee rondjes vol kan houden is er helaas niet bij. Misschien is dat maar goed ook, houd ik mezelf voor. Zo blijft die eerste keer speciaal.

© ingefietst.nl

(Dit artikel werd met toestemming van de auteur op 15 december 2015 ook geplaatst op Wielerverhaal)

4 Comments Voeg uw reactie toe

  1. het was zeker erg spannend

    Like

Ik nodig je uit om te reageren:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s