8 tips om een meerdaagse monstertocht te volbrengen

Uiteindelijk werden het wat mij betreft 1278,4 kilometer met 20.913 hoogtemeters in acht dagen, deze eerste editie van Wielerbus on Tour. Het ging niet overal vanzelf (de verhalen komen binnenkort op ingefietst.nl) en ik was er vooraf absoluut niet zeker van of ik wel in mijn missie zou slagen, maar het is me gelukt: ik ben in acht etappes van Italië naar Nederland gefietst. Er zijn meer organisaties, die soortgelijke zware meerdaagse fietsuitdagingen aanbieden. Hoe zorg je er nu voor dat je zo’n monstertocht kunt uitrijden? Ik heb uit mijn eigen kersverse ervaring acht tips:

1. Train

Het lijkt een open deur, maar al die kilometers en hoogtemeters in enkele dagen is niet iets om zomaar even te doen, hoe ervaren je als fietser ook bent. Natuurlijk, als je gewend bent om veel kilometers te maken hoeft de voorbereiding van zo’n reis niet extreem anders dan wat je normaal al doet, maar het is verstandig om er van tevoren serieus mee bezig te zijn. In een van de eerste etappes erachter komen dat je het simpelweg onderschat hebt is iets wat je absoluut wilt voorkomen.

Ik had zo’n 7000 kilometer in de benen gewerkt voor ik begon aan deze tocht. Deze kilometers waren voornamelijk afgelegd in rustig duurtempo afgewisseld met wat krachttraining. Ik heb achteraf de indruk dat dat wat mij betreft ruim voldoende was.

2. Zorg voor geschikt materiaal

Het is geen goed idee om een tocht als deze met zoveel kilometers over vaak slechte wegen op hetzelfde materiaal te rijden als gebruikt wordt in een gemiddeld criterium. Natuurlijk rijden de profs op het lichtste van het lichtste en het nieuwste van het nieuwste, maar als je niet net als zij beschikt over een volgwagen met een complete reservefiets strekt iets degelijker spul tot aanbeveling. Natuurlijk gun je je fiets voor vertrek nog een laatste onderhoudsbeurt en neem je reservemateriaal mee. Ik had naast het op een normale rit gebruikelijke op deze reis ook reserveremblokjes, een missing link, een noodpad voor mijn derailleur, wat gereedschap en de nodige smeermiddelen mee. Uiteindelijk heb ik gelukkig alleen de smeermiddelen nodig gehad.

Ik was heel blij met mijn Ksyrium Elite wielen met een aluminium velgranden, die toch net wat beter bestand zijn tegen remgeweld dan carbonexemplaren. Mijn grootste nachtmerrie is een klapband tijdens een gevaarlijke afdaling. Ook van het in de laatste week voor vertrek nog monteren van Continental Grand Prix 25 mm buitenbanden heb ik geen spijt gehad: geen enkele keer lek gereden en grip gehouden onder alle weersomstandigheden.

img_7307
Beklimming van de Col de la Madeleine, precies tussen de buien van de vroege ochtend en de late middag. Foto: Diana Kuijpers.

 

3. Zoek een organisatie die bij je past

Er zijn veel verschillende manieren om een dergelijke reis te organiseren. Het kan megagroot of superklein, in hotels of in tenten. Ik vond het heerlijk dat deze reis met Wielerbus een voor mij te overzien aantal deelnemers bevatte, namelijk ‘een bus vol’ en dat mijn bagage van hotel naar hotel werd vervoerd. Het ontbijt en avondeten waren ook geregeld en indien nodig was er een massage of ophaalservice. Ergens onderweg stond de organisatie met een klein busje, waar middels een ingenieus bakjessysteem mijn truivoorraad kon worden aangevuld of waar zelfs volledig kon worden omgekleed.

Zo kon ik mij richten op wat ik te doen had die dag: fietsen.

4. Eet en drink

Mijn fietsdag begon ik met een maaltijdshake van Herbalife, waarna ik dat tijdens het officiële ontbijt in het hotel nog aanvulde met kwark, muesli, brood en koffie. Ik had van tevoren geoefend met verschillende gelletjes en reepjes om te weten wat ik wel of niet lekker, prettig en handig vond. Ik heb tijdens alle ritten geprobeerd om minstens elk uur iets te eten en om voor de stopplaats met het busje anderhalve bidon leeg te hebben. Dat is over het algemeen redelijk gelukt. Ergens een broodje onderweg of een colastop op een terrasje was vaak ook zeer welkom. Eenmaal in het hotel nam ik zo snel mogelijk een herstelshake, waarna er bij het avondmaal nog de nodige salade en pasta achteraan gewerkt werd.

Het is bizar om te zien wat een groep uitgehongerde fietsers wegwerkt tijdens ontbijt en avondeten. Sommige hotels hadden daar duidelijk ervaring mee, andere hotels hebben er door ons bezoek het nodige bijgeleerd.

img_7341
Pauzeplek op een parkeerplaats bij het Wielerbus-busje a.k.a. “The Black Pearl” met de persoonlijke bakjes. Foto: ingefietst.nl

 

5. Help elkaar

De een is wat meer op zichzelf, de ander is een echt gezelligheidsdier, maar als je onderweg in the middle of nowhere met een gebroken ketting, zonder water of met verbogen derailleur staat vindt iedereen het fijn om geholpen te worden. Het is naar omstandigheden geven en nemen. Iedereen heeft het op zijn tijd nodig om even uit de wind gehouden te worden.

Ik heb ervaren dat hulp ook in hele kleine dingen kan zitten als een blik, een grapje, samen mopperen, afleiding en simpelweg het weten dat er iemand is die in de gaten houdt of jij er nog bij bent.

6. Verdeel je krachten

Acht dagen balanceren op je grenzen betekent dat je voor een overschrijding daarvan op een van de eerste dagen op een latere dag moet betalen. Ik heb me niet gek laten maken door snellere fietsers, regelmatig een tandje lager geschakeld en juist als ik me goed voelde bewust gedacht aan wat ik nog te fietsen had diezelfde dag, de volgende dag en de dagen erna.

Meteen in de tweede etappe het besluit nemen om de extra lus over de Col de la Croix de Fer niet te rijden was wat mij betreft niet zomaar even gedaan, maar aangezien er voor na een uur of twee die middag zware onweersbuien op het programma stonden, was dit een mogelijkheid om daarvóór de Col de la Madeleine over te zijn. Toen we uiteindelijk bakken water en heftig onweer over ons uitgestort kregen in de afdaling van de Col de Tamié wist ik dat deze moeilijke beslissing wel de juiste was geweest.

img_7329
Brug tijdens de rit van de Jura richting te Vogezen. Foto: Cor Seijkens.

 

7. Pak je rust

Rust is nodig voor voldoende tussentijds herstel. “De Tour de France win je in bed,” zei Joop Zoetemelk in 1980 al. Ik kon elke dag erg genieten van de gezelligheid tijdens en na het avondeten, maar ik probeerde toch bewust op tijd mijn bed op te zoeken. Het ene hotelbed lag aanmerkelijk lekkerder dan het andere en ook het slapen op zich lukte soms prima en dan weer duidelijk minder. Toch probeerde ik om ook als ik wakker lag in elk geval ontspannen liggend mezelf rustig te ademen.

Actief herstel werkt ook goed. Elke etappe probeerde ik in het begin op licht verzet het afval van de vorige dag uit mijn benen te peddelen. Ik heb een behoorlijk deel van de totale afstand afgelegd met mijn hartslag in D1 of zelfs in de herstelzone.

8. Geniet

Rijden langs historische plaatsen, door verschillende landschappen en getrakteerd worden op prachtige panorama’s, dat zijn onder meer beweegredenen om een dergelijke fietsreis te doen. Toch is een klim soms erg zwaar, duren de etappes af en toe te lang, schijnt het zonnetje niet altijd vriendelijk en is de wind niet altijd mee. Onweer en regen over je uitgestort krijgen is op het moment zelf meestal niet bepaald genieten net zo min als zware benen, pijnlijke zitbotten en zeurende knieën. Toch laten zulke ongemakken het uiteindelijk welslagen van de missie nog beter smaken.

En anders kijk elkaar onderweg eens aan terwijl de modderspetters gezichten tekenen of zoute zweetriviertjes in ogen stromen en zeg zo welgemeend mogelijk hardop : “Dit is echt genieten hè…”  Gegarandeerd kon ik weer een paar kilometer vooruit: “Stomme rothobby.”

© ingefietst.nl

Ik nodig je uit om te reageren:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s