2. Bédoin-Top-Sault

“Ik kijk op de klok. Hoe lang duurt dat vermaledijde bos nog!? Ik moet me niet rijk rekenen. Na het bos stopt de ellende immers niet, dan begint het maanlandschap. Er is hooguit verandering van ellende. Murphy’s Law op de Mont Ventoux.”

Het is tegen half tien als ik Bédoin achter me laat en me voeg bij de vele fietsers, die de beroemdste van de drie beklimmingen naar de top van de Mont Ventoux gaan maken die zondag. De temperatuur is al aardig opgelopen, er staat nauwelijks wind en de zon begint behoorlijk te branden. Het eerst deel van deze beklimming voelt echt als een aanloop: het glooit wat door de velden en het wordt nergens echt steil. Ik probeer weer in de klimmodus te komen en mijn benen voelen nog prima.

imageVanaf Saint Estève begint na de fameuze bocht het beruchte bos en ik weet meteen dat het serieuze werk is begonnen. De komende kleine tien kilometer zal het negen, soms tien procent blijven stijgen over deze weg zonder uitzicht. De weg kronkelt wat, maar heeft nergens echt bochten, zodat ik behoorlijk ver voor me kan zien dat deze narigheid schijnbaar eindeloos gaat duren. Ik verlang bijna terug naar de wissende percentages van het begin van de klim vanaf Malaucène, nu dit toppunt van regelmaat voor me wordt uitgerold en ik besef dat dit een behoorlijke tijd pauzeloos pijn gaat doen. Het heeft één voordeel: ik vind gelijk een prima ritme. Ik zie dat ik tussen de 8 en 9 kilometer per uur rijd en ik constateer ik dat ik zo nog ongeveer een uur te gaan heb voordat het Chalet Reynard zal opdoemen. Ik prent dat tijdstip in mijn hoofd: vanaf 10.44 uur mag ik beginnen te hopen op het eind van het bos, tot die tijd moet ik maar gewoon doortrappen.

Dit deel van de klim zelf mag dan saai zijn, het grote aantal fietsers om mij heen maakt dat ik behoorlijk wat te bekijken heb onderweg. Gevoelsmatig word ik ongeveer even vaak gepasseerd als dat ik anderen voorbijga en hierdoor krijg ik een aardig beeld van de enorme diversiteit, die zich hier een weg omhoog aan het werken is. Natuurlijk zijn er racefietsen in allerlei prijsklassen, maar ook mountainbikes en fietsen met een hulpmotor, vaak ook nog voorzien van een reserveaccu. Er klimmen mannen, vrouwen en kinderen in alle denkbare soorten en maten. Zo nu en dan wil er op deze smalle weg ook nog een auto of motor tussendoor.

Ik trap gestaag door. Het is bloedheet in het bos en de zon brandt op mijn hoofd. Zweet vormt kleine riviertjes vanonder mijn helm. Ik ben heel blij met mijn Camelbak, want het is gemakkelijk om te blijven drinken, zonder in die drukte en met die lage snelheid lang mijn handen van het stuur te hoeven nemen. Vliegjes ontdekken mijn zweet en warmte en hele hordes beginnen zich zoemend in een baan om mijn hoofd te ordenen. Sommigen zetten echter de landing in ergens op mijn gezicht of op mijn bril. Zo moet ik af en toe energie steken in het vliegvrij houden van mijn luchtwegen door om me heen te slaan. Naast het vliegenprobleem heeft een van de zweetrivieren inmiddels besloten via mijn ogen te meanderen, wat met al dat zout een pijnlijke zaak is. Wrijvend en knipperend weet ik weer beeld te krijgen. Ik kijk op de klok. Hoe lang duurt dat vermaledijde bos nog!? Ik moet me niet rijk rekenen. Na het bos stopt de ellende immers niet, dan begint het maanlandschap. Er is hooguit verandering van ellende. Murphy’s Law op de Mont Ventoux.

Ik moet glimlachen als om 10.44 uur het percentage even daalt naar een op dat moment bijna aangenaam aanvoelende zeven. Het Chalet komt in zicht. Ik haal een man in, die mij ergens in het bos gepasseerd was en ik hoor hoe hij in mijn wiel gaat zitten. Samen beginnen we aan het kale deel van de berg. Ik had gehoopt dat de vliegjes in het bos zouden achterblijven, maar dat gebeurt niet. Degenen, die eenmaal in een baan om mijn hoofd terecht waren gekomen, gaan zoemend mee naar de top. De weg slingert zich regelmatig omhoog tussen de stenen. Na elke bocht naar links zorgt een frisse tegenwind voor een klein beetje verkoeling, gevolgd door een heet en windstil stuk na elke bocht naar rechts. Het eind van de klim is in zicht. Letterlijk.

image
“Ik had gehoopt dat de vliegjes in het bos zouden achterblijven, maar dat gebeurt niet.” (griffephotos.com)

Een bekende van mijn medefietser rent als een volleerd toursupporter een stukje met ons mee en hij doet dat met zoveel overgave dat ook ik er moraal uit put. Ik roep naar de Vlaming in mijn wiel dat we het al verder geschopt hebben dan de profs een paar dagen geleden, aangezien de finish van die touretappe wegens de harde wind op de top bij het Chalet Reynard was gelegd. Ik hoor dat hij het zwaar heeft en zeg er maar niet bij dat ik inmiddels met de tweede klim van de dag bezig ben. Hij vindt het grappig en roept terug dat we als echte profs straks altijd nog een stukje kunnen gaan lopen, doelend op de actie van geletruidrager Chris Froome. Daar moet ik om lachen. Een bocht later wordt het stil achter me. Ik rijd solo de laatste kilometers in en constateer dat zowel mijn Camelbak als mijn bidon leeg zijn. Ik hoop maar dat Karst inmiddels klaar is met zijn klim vanaf Sault en mijn sms over de weigerende reservesleutel gezien heeft.

Voor de tweede keer sta ik die dag op de top na wederom iets meer dan twee uur klimmen. Het is inmiddels een behoorlijk stuk drukker. Ik wurm me meteen na de passage bij het bord door de massa richting de auto en tot mijn opluchting is Karst er inderdaad. Ik kan een droog shirt aantrekken, wat eten en drinken en de Camelbak en de bidon vullen. Ik neem even pauze en het is fijn om wat bij te kunnen praten. Ik vul de tijdstippen in op de stempelkaart en haal de prachtige stempel van de top. Nog één klim en twee afdalingen en dan ben ik Cinglé, malloot van de berg.

image
“Voor de tweede keer die dag sta ik op de top.”

Net na het middaguur zet ik mijn afdaling in richting Sault. Het duurt heel even voor ik merk dat er iets anders is. Mijn adem stokt als het tot me doordringt. Mijn Camelbak! Die ligt nog in de auto op de top! Ik knijp onmiddellijk in de remmen. Ik overweeg mijn opties. Ik heb één bidon, misschien zou ik een extra flesje kunnen kopen bij het Chalet of in Sault? Ik kan helemaal niks kopen! Mijn portemonneetje zit ook in die Camelbak, evenals mijn mobiel, dus ik kan ook geen contact met Karst opnemen. Voor de tweede keer die dag voel ik me alleen. Er zit niks anders op dan terug te klimmen. Ik zet mijn fiets richting top en de moed zinkt me in mijn fietsschoenen, wanneer ik zie hoeveel ik al afgedaald ben in die paar minuten. Terwijl ik mijn jackje uit begin te trekken, zie ik een bekende auto aankomen. Karst! Mijn held! Hij had besloten naar Sault te rijden met de auto, om me tijdens mijn laatste klim aan te moedigen. Ik gebaar hem te stoppen en even later zijn mijn Camelbak en ik weer herenigd. Ik vervolg mijn afdaling.

Nadat ik bij het Chalet Reynard de afslag naar Sault genomen heb is de weg niet breed, maar wel prachtig glad en slingert zich door een schijnbaar eindeloos bos. Ik moet bijtrappen om niet stil te vallen en dat is prettig om wat rommel van de eerste twee klimmen uit mijn benen te werken. Toch kan ik op dat moment niet echt genieten. Of het de stress van zojuist was, de hitte of de inmiddels geleverde inspanning weet ik niet, maar ik ontwikkel een hoofdpijn, die er alle schijn van heeft een serieuze migraineaanval te worden. Ik realiseer me dat, als het werkelijk zover zal komen, ik mijn Cinglé-uitdaging acuut zal moeten staken. In een poging ertegen te vechten draai ik het stelschroefje van mijn helm een paar tandjes losser en drink ik tijdens het afdalen zoveel mogelijk water. Het lijkt erop dat ik de aanval weet af te slaan, maar ik voel me niet echt lekker als ik het klimmetje naar Sault inzet. Een tikje misselijk scoor ik een stempel in een restaurantje, waar ik ook even naar het toilet kan. De hoofdpijn zakt af, maar heeft me heel veel energie gekost. Ik zet mijn fiets voor de laatste keer richting top. De klus nu ook maar afmaken. Klim drie.

© ingefietst.nl

Meer informatie over deze uitdaging en aanmelden: Club des Cingés du Mont Ventoux
Praktische informatie: De Kale Berg

Verslagen van mijn Cinglé:

Vooraf
Beklimming 1: Malaucène-Top-Bédoin
Beklimming 3: Sault-Top-Malaucène

5 Comments Voeg uw reactie toe

  1. Lex schreef:

    Weer een spannende aflevering. Benieuwd naar klim 3…

    Liked by 1 persoon

  2. Mooi beschreven weer Inge! Het ging niet vanzelf zo te lezen, maar je ging ook niet kapot. Je hebt in ieder geval geen Froome-actie hoeven uitvoeren! Gewoon rustig omhoog gefietst, met behulp van de nodige moral support van je mede-cinglés. Tja die Camelbak in de auto laten liggen en geen geld bij, zo te horen en ik niet de enige die weleens verstrooid uit de hoek kan komen. Hoe fijn is het dan om je fietsbuddy bij je te hebben als redder in nood. Ik ben benieuwd naar je derde klim, ik vond dat niet makkelijk hoewel Sault mild is. Hopelijk blijft die migraine-aanval je bespaard…

    Liked by 1 persoon

Ik nodig je uit om te reageren:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s