De prins op de gele fiets

In de bocht voel ik het en even hoop ik dat het op mysterieuze wijze vanzelf over zal gaan, maar bij het verlaten van de rotonde is mijn achterband leeg. Lek. Hier heb ik zo ontzettend geen zin in, maar er zit niets anders op dan het wiel uit te klikken en aan de slag te gaan. Er zijn wat zaken tamelijk vervelend aan een lekke band tijdens een solorit. Ten eerste natuurlijk het feit dat ik dat klusje zelf en alleen zal moeten klaren. Ten tweede dat er niemand is die even voor fietsstandaard kan spelen, waardoor ik eerst onhandig pruts met een wiebelend frame en na het verwijderen van het wiel niet goed weet wat dan te doen met de rest van mijn fiets. Zonder wiel kan het frame niet ergens tegenaan staan en neerleggen in de berm vind ik lelijk, maar het moet maar, aangezien deze rotonde geen items biedt om het frame in te hangen. Ten slotte mis ik het sociale aspect van een lekke band tijdens een groepsrit, wat altijd een zeer geschikte gelegenheid is om heel even bij te praten.

In mijn zadeltas heb ik een reserveband, een patroon en bandenlichters en aan mijn frame heb ik een fietspompje. Dit druist totaal in tegen de Wielercode, maar ik ben er op dit moment erg blij mee. Door al het husselen van de tasjes en de spullen voor de Ronde van Vlaanderen en de Hel van Groesbeek blijk ik echter de ‘rottige bandenlichters’ bij me te hebben. Deze zijn ‘rottig’ omdat het gedeelte waarmee onder de buitenband gelepeld kan worden nogal dik is, zodat het even duurt voordat ik deze stugge nieuwe band van de velg heb. Ook zijn ze ‘rottig’ omdat ze maar met z’n tweeën zijn. Met drie stuks gaat het net wat makkelijker.

“Ik neem plaats in de berm en vraag me af waarom lekke banden meestal voorkomen op plekken waar de koude wind vrij spel heeft en waar geen bankje staat.”

Na het verwijderen van de binnenband kost de zoektocht naar de oorzaak van de lekke band tamelijk wat tijd deze keer. Ik ontdek het zeer kleine gaatje in de binnenband door deze even op te pompen en met de rug van mijn hand langs de band te gaan op zoek naar ontsnappende lucht. In de buitenband echter is op die afstand vanaf het ventiel schijnbaar niks te zien. Dit had ik dan wel weer keurig volgens de Wielercode gedaan: als de merknaam bij het ventiel zit, is het gerichter zoeken naar de oorzaak van een lek. Ik neem plaats in de berm en vraag me af waarom lekke banden meestal voorkomen op plekken waar de koude wind vrij spel heeft en waar geen bankje staat. Ik heb geen zin om mijn ene reserveband in deze buitenband te stoppen voordat ik de veroorzaker van het lek heb gevonden. Met mijn vingertoppen tast ik voor de zoveelste keer het oppervlak af. Eindelijk ontdek ik het probleem: er zit een scherp stukje in de band, dat ik zowel aan de binnenkant als de aan de buitenkant wel kan voelen, maar niet kan zien. Een pincet was handig geweest, maar na enig prutsen lukt het me om met mijn nagels de minuscule glassplinter te verwijderen.

“Ik vraag me af of ik voor de gek gehouden word. Deze rotonde kent bijzondere passanten.”

Net op dat moment joelen wat voorbijgangers vanuit een busje iets naar me over glas op de weg en dat ik daarvoor moet oppassen. Dat vind ik in deze fase van mijn lekke band een tamelijk nutteloze mededeling. De volgende belangstellende is een oudere man op een dito racefiets, die me eerst voorbij rijdt, zich bedenkt en net als ik de verlossende ‘plop’ van het op de velg schieten van het laatste stukje van de stugge buitenband hoor, aan me vraagt of ik hulp nodig heb. Niet dat hij iets bij zich had om me te kunnen helpen. Hij had nog nooit een lekke band gehad, zo vertelde hij me. Ik trek een wenkbrauw op en vraag me af of ik voor de gek gehouden word. Deze rotonde kent bijzondere passanten. Bij het inzetten van het wiel, waarbij ik wat worstel met het frame dat ik zojuist weer uit de berm heb gevist komt Roy aangefietst. De aanblik van de aardige man op zijn E-Bullit Cargobike met opschrift ‘de mobiele fietsenmaker’ juist op het moment dat ik klaar ben met het vervangen van mijn bandje heeft iets behoorlijk surrealistisch. Het kan niet anders, ik zit in een of andere uitzending met een verborgen camera.

IMG_6529

Roy’s Bike Service blijkt echter een bloedserieus bedrijf en Roy helpt me onmiddellijk bij het inzetten van mijn achterwiel. Hij biedt aan om met een fatsoenlijke fietspomp mijn banden van voldoende lucht te voorzien, zodat ik niet hoef te hannesen met het handpompje of het patroon aan hoef te spreken. Ik laat het allemaal gebeuren. Ik ben in een sprookje beland en voel me een prinses, die wordt gered door een prins op een grote gele fiets. Ik had graag gezien dat mijn prins een kwartiertje eerder ten tonele was verschenen, aangezien vooral het afhalen en opleggen van de buitenband met mijn ‘rottige bandenlichters’ zo’n gedoe was geweest, maar ook deze hulp was zeer welkom. Mocht ik ooit nog eens op een solorit in de buurt van Doetinchem met panne komen te staan, dan weet ik het wel. Dan bel ik mijn prins op die gele fiets.

© ingefietst.nl

Ik nodig je uit om te reageren:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s