NK Masters 2019

Een bord yoghurt met muesli om kwart over vijf in de ochtend. Deelname aan een NK klinkt behoorlijk glamoureus, maar op dit tijdstip ervaar ik dat nog allerminst als zodanig. Ik heb me aangemeld voor het NK Masters in Nieuwkuijk en mijn categorie gaat al om even over negen van start. Ik maak me geen illusies. Een tiental namen van de deelnemerslijst komt me bekend voor en ik heb hieruit de conclusie getrokken dat ik beslist niet met een stel pannenkoeken zal gaan koersen. Mijn doel is om zo netjes mogelijk bij de groep te blijven en de koers uit te rijden. Ik wil vooral meedoen om ervaring op te doen. Het is de eerste wegwedstrijd, die ik op de kalender zie staan, speciaal voor masters. Het betreft een omloop met een ronde van ruim zeven kilometer, die we negen keer moeten afleggen. Dit betekent veel stukken rechtdoor, waardoor ik wellicht minder last heb van mijn nog niet optimale bochtentechniek. Ik vind het spannend, maar heb er vooral zin in.

Bij de mannen zijn er zeven verschillende leeftijdscategorieën. Wij vrouwen, die slechts in één categorie strijden om het rood-wit-blauw, gaan tegelijk met de 70+ mannen van start. Enkele minuten daarvoor starten er twee categorieën 60+. Bij het inrijden ontdek ik dat de organisatie de omloop van zeven kilometer helaas heeft moeten halveren, doordat politie nog bezig is met sporenonderzoek betreffende een noodlottig ongeval eerder die ochtend. Dit betekent dat we logischerwijs meer rondjes moeten rijden om aan de kilometers te komen. Ik realiseer me dat dit twee keer zoveel bochten zijn, als ik had ingecalculeerd. Ik reken ook uit, dat wanneer de 60+ gemiddeld twee kilometer per uur sneller rijdt dan mijn eigen startgroep, we tegen het einde van de koers door een groep van bijna zestig man gelapt zullen gaan worden.

Ik laat het maar gebeuren allemaal. Als na de neutralisatie ons peloton wordt losgelaten, probeer ik om me aan mijn doelstelling te houden: netjes bij de groep blijven door steeds goed op te schuiven naar voren. Dat blijkt de eerste ronden verrassend gemakkelijk. In toertempo trekt de combinatie van vrouwen en 70+ mannen zich in gang. Ik weersta de verleiding om op kop te gaan sleuren. Ik weet immers niet wat ik moet verwachten. Na enkele ronden tikken we op het meewindgedeelte eindelijk de veertig aan, waarna er een beetje strijd lijkt te komen. Als masterswedstrijden altijd beginnen met dergelijke warming-up, mogen er van mij veel meer van op de kalender. Ideaal voor een diesel, zoals ik.

Het is een aparte ervaring om met deze heel verschillende categorieën samen te koersen. Ik merk dat het in de nu volgende fase vooral de vrouwen zijn, die zin hebben in een beetje prikken. Hoewel ik mezelf geen serieuze kansen op de driekleur toedicht, mag er van mij op dit moment nog geen groepje vrouwen weg. Ik reageer snel op iedere ontsnapping en merk dat ik het spelletje leuk vind. Het is in dit omloopje wel tamelijk voorspelbaar: bij het stuk meewind doet iemand een poging en bij het deel met de wind van schuin rechts op de kop wordt de aanval gepareerd. Als een zeventigplusser een serieus gaatje heeft hoor ik een mannenstem vanuit mijn wiel: “Je moet hem gaan halen!” Ik wissel een blik van verstandhouding met de vrouw naast me. Wij moeten helemaal niks. Dat is jouw categorie. Doe het zelf maar. Als er uiteindelijk toch een vrouw van achteruit achter hem aangaat, dichten we samen het gat.

Het stuk tegenwind leert me dat een centimeter of drie blijkbaar ruim voldoende is om op te kunnen fietsen. Elke ronde opnieuw trekt het daar op een lint. Aangezien er nog geen sprake is van een kopgroep waarin samenwerking van belang is, rijdt men in een uiterst smalle waaier aan de linkerkant van de weg. “Jullie moeten rechts rijden,” hoor ik een mannenstem mopperen vanuit mijn wiel. Leuk, dat soort aanwijzingen, maar rechts waait het. Ga zelf rechts rijden, dan komen wij wel in jouw wiel.

Ik heb genoeg van de rafelige wegkant en besluit een volgende ronde een andere tactiek uit te proberen. Het gaat niet echt hard tegen de wind in, waardoor ik het lef heb om er vol door de wind rechts langs te steken, zodat ik mooi voorin na de start/finish het smalle deel op kan draaien. Dit werkt, maar zulke goede benen om zo met mijn krachten te kunnen smijten heb ik nou ook weer niet. Een ronde later vind ik de sleutel: een andere vrouw past mijn dwars-door-de-wind passeertechniek van zojuist toe en ik pak haar wiel om mee naar voren te liften. Zo zet zij mij onbedoeld een aantal ronden op rij keurig af in vierde of vijfde positie voordat het smalle gedeelte begint.

Ik vermaak me uitstekend. Ik vind dat ik mijn doel om bij de groep te blijven wel gehaald heb en besluit om serieus mee te gaan doen met de kleine aanvalletjes voorin. Ik durf nog niet alleen weg te springen, maar samen met een andere vrouw een stukje wegrijden geeft een enorme kick. Eindelijk heb ik het gevoel echt te koersen!

Dan blijkt in het laatste deel van onze wedstrijd mijn berekening van eerder die ochtend te kloppen en slaat het noodlot toe. Luid getoeter van motoren en auto’s kondigt het naderend onheil aan. Ons pelotonnetje schuift op het gedeelte met tegenwind wat in elkaar en lijkt beleefd te gaan inhouden voor de passerende koers. Even voor mij haken enkele vrouwen aan bij de voorste mannen van de voorbijrijdende groep. Dat is blijkbaar ook een optie. Intussen breekt om mij heen de pleuris uit. Er wordt nerveus naar wielen gezocht, gezigzagd en gesnokt. Als we de start/finish passeren zijn we met zijn allen één grote wedstrijd geworden.

Ik zit naar mijn smaak veel te ver naar achteren in deze drukte. We draaien weer naar rechts, naar het deel waar het smaller wordt. Het hangt al even in de lucht, maar vlak na deze bocht wordt hard geremd: valpartij. Ik stuur intuïtief om mannen, die op het asfalt liggen, fietsen, een bidon, een bril. Er wordt gekermd en gescholden. “Dat komt ervan als opeens die vrouwen ertussen komen!” klaagt een man vanuit de berm. “O, dus nu is dit mijn schuld!?” hoor ik een dame antwoorden, die in het struikgewas aan haar fiets staat te morrelen. De wedstrijd gaat verder. Ik ook, maar ik heb veel moeite met omschakelen. Ik was in de drukte van daarnet het overzicht al kwijt en deze valpartij heeft gezorgd voor nog meer chaos. De weg afkijkend, lijkt het enorme peloton van zojuist opgeknipt in heel veel kleine groepjes, waarin allerlei categorieën door elkaar rijden. Als druppels kwik in een petrischaaltje proberen de plukjes renners weer aan elkaar te klonteren tot grotere groepen.

Ik hop de volgende ronden van groep naar groep, tot ik na een flinke spurt met nog enkele renners aansluit bij een stevig doortrappende zestigplusser, die bezig is een serieus gat te dichten. Ik hoor hoe men in mijn wiel één voor één capituleert en voel hoe deze actie langzaam ook bij mij de laatste krachten uit mijn benen zuigt. Als mijn locomotief met zijn elleboog te kennen geeft dat ik moet overnemen, laat ik hem weten dat ik al blij was zijn wiel nog te kunnen houden.

We worden bijgehaald door een groepje met daarin enkele vrouwen, met wie ik even daarvoor nog zo mooi het spelletje speelde. Die koers lijkt lang geleden. Dit is een heel nieuw spel. De vrouwen moedigen mij aan om een wiel te pakken en mee te gaan. Ik klamp aan en doe nog enkele verwoede pogingen mee te draaien, maar uiteindelijk moet ik passen. Ik kan nog wel in één tempo doorfietsen, maar niet meer de benodigde trap extra doen om gaten dicht te snokken. In tijdritmodus rijd ik solo de laatste paar ronden. Ik finish. Positie? Geen idee.

Uiteindelijk blijk ik 9e, de laatste nog geklasseerde vrouw; de rest van mijn categorie DNF.

©️ingefietst.nl

Foto’s via Dolly’s Cycling Shots en Tamara Rumuller.

Ik nodig je uit om te reageren:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s