Finale

“Zijn jullie er klaar voor?” roept Samantha enthousiast als we het einde van de helling naderen. Voor ons ligt een brede, verkeersluwe weg, waar we deze 120 kilometer lange training met de bijna twintig dames van KNWU District Oost zullen gaan afsluiten met een korte finale. Ik schat mezelf met mijn bijna 47 jaar de oudste van het gezelschap maar tegelijk ook een van de minst ervaren, aangezien actieve uitvoering van dergelijke trainingen voor wegwedstrijden voor mij terugvoert tot een tijd, waarin een groot deel van deze vrouwen nog niet was geboren.

Het was me tot dan toe niet tegengevallen. De klimtrainingen van de ochtend had ik als een leuk spel ervaren, waarbij mijn benen weliswaar tijdens de herhalingen op de hellingen uiteindelijk verzuurden, maar de hersteltijd tussen de verschillende oefeningen elke keer ruim voldoende bleek. De duurrit die volgde vond mijn lijf helemaal prima. In het begin twijfelde ik aan mijn capaciteiten in dit gezelschap, maar al snel was me duidelijk dat ik op het gebied van dergelijke duur met mijn wat oudere maar ook taaiere lijf in deze club vrouwen probleemloos kopwerk kon trappen. Dat deed ik dan ook veelvuldig, gewoon omdat ik er zin in had.

Nu echter vlak voor de als zodanig aangekondigde finale is de onzekerheid volledig terug. Ik wil niet gelost worden. Ik wil zien hoe dat gaat met dit soort vrouwen en daarvoor is het noodzakelijk om er in elk geval bij te blijven. “Nee,” mompel ik op de vraag van trainster Samantha en ik voel een knoop in mijn maag. Het tempo wordt langzaam opgevoerd. Mijn zintuigen gaan op scherp en ik trap bij. We rijden iets boven de veertig per uur en ik weet zeker dat dit niet zo zal blijven. Ik zit wat achterin de groep. Ik probeer me aan de linkerkant te positioneren, zodat ik kan meespringen als er iemand gaat. Een paar posities voor me zie ik haar aanzetten en ik reageer meteen. Als eerste pak ik haar wiel en zit mee.

Achter me hoor ik nog maximaal twee dames, daarna is er een gaatje. Mijn benen zeggen me dat we niet hard genoeg gaan om weg te blijven, wat wordt bevestigd door een blik op mijn teller: vijfenveertig, vierenveertig, drieënveertig… “Draaien!” roep ik naar de dame voor me, maar ze gaat niet opzij. Het lijkt erop dat ze me niet hoort of dat ze verwacht dat ik helemaal om haar heen de kop ga overnemen. Dat laatste lijkt me een zinloze verkwisting van mijn beperkte sprintpower. Als ik dit tot het einde wil meemaken, is dat een slecht plan. Ik ga voor plan B. Ik schat in dat we elk moment zullen worden bijgehaald door een achtervolgend groepje en positioneer mij links van het achterwiel van mijn voorgangster: wachten tot de trein langskomt en aanpikken.

Inderdaad hoor ik al snel van linksachter een groepje komen. Je hoeft blijkbaar niet per se iets te zien om te weten waar iemand zich bevindt. Ik span mijn spieren om mezelf te kunnen lanceren zodra ik gepasseerd word. Tot mijn eigen verrassing reageer ik wederom snel, kijk zelfs nog even of de weg nog steeds leeg is wat verkeer betreft en pak het derde achterwiel dat me voorbijkomt. Dit gaat een stukje sneller dan zojuist. Ik zie op mijn teller iets dat begint met een vijf, maar als ik het achterwiel eenmaal heb kan ik het prima houden. Ik neem even de tijd om koppen en wielen te tellen en schuif een plekje op naar voren. Mijn hartslag zit net onder het omslagpunt. Dit moet ik zeker een uur vol kunnen houden, maar zo lang is deze weg niet meer. Sneller dan ik verwacht doemt aan de rechterkant het fietspad op, het afgesproken einde van deze finale. Het verrast de andere dames blijkbaar ook, want onze finale kent geen echte eindsprint, maar verzandt min of meer op dat fietspad.

Dit mini-wedstrijdje duurde slechts enkele kilometers, kende geen echte bochten en ook geen serieuze eindsprint, maar het was precies wat ik even nodig had om me te vertellen dat ik ergens diep in mijn systeem blijkbaar nog steeds beschik over in ieder geval enkele van de voor wedstrijden noodzakelijke vaardigheden. Ik kan reageren en aanpikken, ik weet wat er om me heen gebeurt en ik kan het tempo van deze wedstrijddames redelijk bijbenen, mits ik verstandig trap.

Wat ik ook weer mocht ervaren is hoezeer ik kan genieten van deze manier van hard fietsen. Door de juiste focus word ik meegezogen in de microwereld van de koers. Het doel om bij de groep te blijven lijkt het enige dat nog bestaat. Het correctiewerk dat thuis op me wacht, de op handen zijnde verhuizing en zorgen om een ziek familielid krijgen even geen kans om hersencapaciteit op te eisen. Al mijn systemen werken keihard samen om het gestelde doel van dat moment te realiseren. Ik zit hierdoor volledig in mijn gehele lijf en mijn zintuigen nemen uiterst scherp waar. Een kick zonder partytroep, een high van de natuur en als ultieme beloning een hele bak nieuwe mentale energie naderhand.

© ingefietst.nl

 

 

 

 

Één reactie Voeg uw reactie toe

Ik nodig je uit om te reageren:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s