Chaos!

Red Bull Kop Over Kop in Breda met Team Zijwielrent.nl

 Video met uitleg van het principe van deze koers voor de editie van 2015 in Roden.

Red Bull organiseert in 2016 voor de tweede maal de wedstrijd ‘Kop over Kop’. Bij deze bijzondere ploegentijdrit start de eerste renner solo aan 100 km en telkens na ongeveer 15 kilometer komt er een ploegmaat bij, totdat het complete team voor de laatste 30 af te leggen kilometers uit vijf renners bestaat. De eerste renner wordt door Red Bull de ‘kopman’ genoemd, daarna haakt de ‘stoemper’ aan. Vervolgens trekt de ‘klimmer’ het team over de helft en zorgt daarna de ‘meesterknecht’ voor nieuwe energie. Tenslotte sluit de ‘sprinter’ aan om het team naar de finish te brengen. Deze editie start en finisht bij het NAC stadion in Breda. Janneke Scheepers van Zijwielrent.nl heeft een team ingeschreven en mij valt de eer te beurt om van dit team deel te gaan uitmaken.

Bizar hoe dat werkt: met gierende longen, een bonzend hart en pijn in mijn poten zit ik te hopen dat de ellende ophoudt en als het dan zover is, wil ik het zo snel mogelijk nog een keer doen.

Ik heb er wat gemengde gevoelens bij. Superleuk om eens wat met Janneke samen te doen en op zich spreekt de opzet van de wedstrijd me ook wel aan. Het komt echter niet goed uit in mijn trainingsschema, aangezien ik de eerste weken van september vooral op de mountainbike zal zitten, gevolgd door een fietsloze werkweek op Ameland, waarna meteen deze ploegentijdrit zal zijn. Breda is voor mij anderhalf uur rijden en dat is op zich niet zo’n probleem, maar ik vind het wel een bezwaar om eerst op zaterdag mijn fiets naar het overnamepunt te moeten brengen en vervolgens de dag erop weer naar Breda te klepperen om met een pendelbus zelf bij het aanhaakpunt afgezet te worden, zoals de organisatie voorstelt.

image
Janneke stuurt me per aangetekende post een team-outfit. Trots!

Het feit dat ik niet veel ‘wegfietstijd’ heb in de voorbereidende weken, probeer ik te ondervangen door waar het kan toch een snelheidstraining in te bouwen op de racefiets. Ik krijg de rol van ‘sprinter’ toebedeeld, dus de kortste afstand. Ik ben een echte diesel, dus met een betere voorbereiding zou wellicht een van de andere rollen me beter gelegen hebben, maar ik wil niet het risico lopen deze bijzondere ploegentijdrit door gebrek aan voorbereidingstijd voor het hele team te verprutsen. Het lijkt me dat dertig kilometer doodgaan in een wiel zelfs na een zware werkweek op Ameland nog vol te houden moet zijn.

De logistiek is nog wel een puntje. Ik ontdek dat mijn overnamepunt een kilometer of vijfentwintig van het stadion af ligt en bedenk dat het misschien wel een goed idee is om vanaf het stadion zondagochtend per fiets te vertrekken naar mijn locatie in Essen (België). Ik zou dan meteen mooi wat in kunnen rijden. Mijn benodigdheden voor de wedstrijd hebben Bart (stoemper) en Janneke (klimmer) al in de kofferbak van hun Zijwielent-Peugeot voor mij en voor Mattie (kopman) klaargelegd, terwijl zij zelf als locals wel gebruik zullen maken van de door de organisatie geregelde pendelbus en hun fiets al op zaterdag op de aanhaakpunten hebben gestald. Mattie moet gewoon bij het stadion vertrekken, dus dat is eenvoudig. Mieke (meesterknecht) laat zich wegbrengen naar haar aanhaakpunt en heeft de spullen al via Janneke en Bart op zaterdag door de brievenbus mogen ontvangen. Het lijkt een prima plan.

image
Ik vond mijn groene tasje met alle benodigdheden voor de ‘sprinter’ keurig in de kofferbak van de koersauto van Zijwielrent.nl

In dit hele idee had ik iets heel belangrijks over het hoofd gezien. De eerste deelnemers stonden juist op het punt van vertrekken, toen ik richting Essen wilde fietsen. Hierdoor waren er belangrijke fietspaden in Breda afgezet en telkens wanneer ik hierdoor van de door mijn navigatie bedachte route af moest, stond ik na enkele bochten weer opnieuw voor een afgezet deel. Voor mijn gevoel duurde het een eeuwigheid voor ik Breda uit was. Het hielp niet erg dat de meeste dienstdoende verkeersregelaars niet uit de omgeving kwamen en me ook geen alternatief konden wijzen. Ik werd er al wel wat ongemakkelijk van, maar raakte doordat ik ruim in mijn tijd zat nog niet in paniek. Gelukkig mocht ik op een cruciaal punt van een verkeersregelaar even een stukje het parcours van de deelnemers volgen tussen de zojuist gestarte kopmannen, anders was ik nooit in Sprundel uitgekomen. Vanaf daar was het gelukkig wat gemakkelijker om per fiets naar Essen te rijden. Ik kwam nog steeds afzettingen tegen, maar omdat de wedstrijd nog niet zover was, waren deze nog niet in gebruik.

In Essen wachtte me een gemoedelijke chaos. Er was koffie, ik kon naar een toilet in het aanwezige gemeentehuis en deelnemers konden hun fietsen uit de bewaakte stalling halen en op een tacx inrijden. Ik probeerde te achterhalen wat de bedoeling was, maar het was me niet meteen duidelijk hoe het aanhaken in zijn werk zou gaan, aangezien niet was aangegeven wat het startvak was. De speaker werd ook lichtelijk wanhopig toen hij al een paar maal de eerste deelnemers naar het startvak had gemaand, maar niemand op de bedoelde plek ging staan. Het was misschien handig geweest de route naar dat vak vanaf de fietsenstalling aan te geven of een plattegrondje op te hangen. Een volgende onhandigheid was dat men vanuit het uiteindelijk ontdekte startvak de schermen met passerende teams niet kon zien. Het was namelijk de bedoeling dat als een team zo’n twee kilometer voor dit punt was, dit op de schermen zou verschijnen, waarna de betreffende sprinter naar voren zou kunnen schuiven in het startvak en soepel aan zou kunnen haken.

image
Ergens links gaan onze teamgenoten een bocht om. Wij kunnen hen hier vanuit het startvak niet zien komen en ook het scherm kunnen we niet zien….

Tot overmaat van ramp faalde het systeem. De schermen vielen uit en het was even totaal onbekend welke teams er het tweekilometerpunt passeerden, totdat men besloot dit probleem handmatig op te lossen. Alle startnummers van de eerste shuttlebus moesten nu in het startvak plaatsnemen en er stond iemand op twee kilometer te spotten welke teams langskwamen. Deze persoon gaf dat door aan onze speaker, die op zijn beurt de renners zou attenderen op het feit dat hun team in aantocht was, zodat ze in het startvak naar voren konden gaan. Dit leek even goed te gaan, toen er nog niet veel teams vlak achter elkaar passeerden. Al snel werd het echter dusdanig druk dat het niet meer te volgen was en de eerste nummers die men vergeten was op te noemen waren een feit. Soms zag de renner in kwestie zijn team toevallig in de verte door de bocht gaan en kon zich door het startvak nog snel naar voren werken en aansluiten, een andere keer was het team al uit het zicht verdwenen. We waren volledig overgeleverd aan de alertheid van de spotter en de speaker, aangezien we vanuit het startvak de renners niet konden zien aankomen en ik voelde me daar bijzonder ongemakkelijk bij. Ik probeerde extra goed op te letten of nummer 36 werd opgenoemd. Ineens zie ik Mattie: “Inge! We zijn allang dóór!”

Nog voor ik vertrokken ben schiet mijn hartslag naar het maximum. Wat een nachtmerrie! Ik kon alleen maar bedenken hoe mijn teamgenoten mij na enkele kilometers nog steeds niet hadden gespot. Ze moeten zich hebben afgevraagd wat er mis kon zijn. Ze zijn gestopt en teruggereden. Wat een boel tijd moet dit hebben gekost! Nog voor ik een meter had gereden had ik het al verprutst voor mijn team. Zo voelde dat, hoewel ik er helemaal niks aan kon doen. Inderdaad, niks aan te doen! Gaan! Knop om! Dat viel nog niet mee. Achter Mattie aan sjeesde ik over de klinkers in Essen. Daar stond ons team ergens op een stoep, maar aansluiten ging niet soepel. Mattie en ik moesten afremmen, daarna weer aanzetten en ik moest vervolgens meteen overnemen. Er zaten veel teams dicht bij elkaar en in die ene straat probeerden we met z’n vijven bij elkaar te komen, werden we ingehaald en haalden we een ander team in. Ondertussen maakte ik in die chaos met een hoofdknik kennis met Mieke, die ik vooraf nog niet had ontmoet. Het was wat veel informatie in een paar minuten.

Vanaf dat moment zit ik in de hectische chaos en blijft het maar doorgaan, dertig kilometer lang. Ik wil eigenlijk even bijkomen van alle commotie, maar daar is geen enkele mogelijkheid voor. Ik wil dat mijn hartslag wat rustiger wordt tussen de kopbeurten door, maar daar is in het begin geen sprake van. En ik wil vooral dat mijn ademhaling stopt met dat astmatische gepiep. Gelukkig maakt de harde wind, die we tegen hebben, een boel geluid, waardoor het hopelijk niet al te erg hoorbaar is voor mijn teamgenoten hoe de paniek van zojuist op mijn astmalongen is geslagen. Vanaf die eerste straat in Essen zit mijn lijf al volledig in het rood en mijn hoofd is veel te veel met de verkeerde dingen bezig. Waarom heeft Janneke een andere chip met nummer 204? Was dat nummer wel omgeroepen? Was 36 dan toch omgeroepen en had ik dat serieus gewoon gemist? Nee, 36 was echt niet omgeroepen, ik had goed opgelet. Hadden we trouwens vooraf niet een systeem met kruissnelheid 37/38 afgesproken? Waarom rijden we dan veel harder en dat ook nog eens tegen de wind in? Waarom zitten er zoveel van die rotbochten in dit stuk? Bochten doen pijn.

image
Ons team in actie (foto via Zijwielrent.nl). Bijna bij de finish!

De wind plaagde ons. Het kostte me werkelijk steeds weer moeite om, nadat ik van kop af was gegaan, rondom de laatste rijder heen te rijden en weer aan de lijzijde van van onze enkele waaier uit te komen. Alles kostte kracht. Alles kostte moeite. De chaos om me heen ging maar door. We haalden teams in, we werden ingehaald en regelmatig was het opletten geblazen. Toch werd het na zo’n twintig kilometer rustiger in mezelf. Mijn ademhaling piepte niet meer, mijn hartslag kon weer wat dalen tussen de kopbeurten in en mijn hoofd dacht eindelijk alleen nog maar aan wat ik te doen had: netjes kop over kop knallen tegen die harde wind in terwijl ik de pijn in mijn benen hardnekkig kon negeren of stiekem zelfs wel fijn vond. De dieselmodus was ingetreden. Had ik na een kilometer of tien mezelf al meerdere keren de vraag gesteld waarom ik dit in vredesnaam aan het doen was, na dertig kilometer waren we opeens veel te snel bij het NAC stadion. Bizar hoe dat werkt: met gierende longen, een bonzend hart en pijn in mijn poten zit ik te hopen dat de ellende ophoudt en als het dan zover is, wil ik het zo snel mogelijk nog een keer doen.

image
Mattie (kopman), Bart (stoemper), Mieke (meesterknecht), Inge (sprinter) en Janneke (klimmer)     Foto: via Zijwielrent.nl

Het was een enerverende ervaring geweest. Erg leuk om zoiets te doen en dat ook nog met mensen, die ik vooraf eigenlijk niet of nauwelijks kende. Balen natuurlijk, dat gedoe bij mijn aanhaakpunt, maar desondanks hebben we het als team erg goed gedaan. Janneke heeft uitgerekend dat we met het gedoe in Essen en het doorrijden bij een rotonde, wat al voor mijn aanhaakpunt was gebeurd, een minuut of tien hebben laten liggen. Dit betekent dat we nu weliswaar 113e zijn geworden, maar dat een 68e plaats serieus tot onze mogelijkheden zou hebben behoord. Dat hadden we vooraf niet gedacht!

© ingefietst.nl

Het verslag van Janneke over deze koers vind je HIER.

image
“Graag gedaan!”

4 reacties Voeg uw reactie toe

  1. Bart schreef:

    Ohja, ik heb trouwens je ademhaling wel gehoord in het begin, maar ik sta er niet van te kijken. Het ging écht hard. Dat was inderdaad niet de afspraak. Maar goed, je hebt het wel geflikt!!! (dat moet toch ook voldoening geven 😉 )

    Liked by 1 persoon

    1. ingefietst schreef:

      Ik was er al bang voor dat het niet geheel onopgemerkt was gebleven…:s
      Niet handig als luchtwegen zich vernauwen juist als je ze heel hard nodig hebt 😦 maar inderdaad, ik heb me er doorheen getrapt, dat geeft zeker voldoening. Enne… dat we harder gingen dan de ‘afspraak’ vond ik alleen maar erg omdat het in mijn hoofd niet goed zat, maar ook dat trok uiteindelijk bij 🙂

      Al met al hebben we elkaar tot uiterste prestaties gebracht!

      Like

  2. Bart schreef:

    Wauw, wat een verhaal! Misschien iets minder heftig dan jouw aanhaakpunt is dat ik Mattie met dik 40 in het uur koud moest volgen. Na 5 km was ik al verzuurd en hoopte ik alleen nog maar dat achtereenvolgend Janneke, Mieke en jij verlichting zouden brengen. In een soort van constante staat van paniek heb ik deze tocht gefietst. “Fijn” om te lezen dat ik niet de enige was. Wel frappant om te merken dat je door pijn heen kan trappen.. of je dan ook daadwerkelijk sneller fietst is maar de vraag. Laat staan het aanzetten na die vele bochten… Ik zou het zo weer doen inderdaad! 😀

    Liked by 1 persoon

Ik nodig je uit om te reageren:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s