Hechtingsangst

Eindelijk! Na een keer ziek zijn, een afgelasting door ijzel en een Open Dag op school kan ik weer eens deelnemen aan een wedstrijd in de Veluwse Winter Competitie. Deze keer is er een parcours uitgezet nabij Diepenveen door de Zwaluwen uit Deventer, een lekker snel rondje zonder serieuze grensverleggende hindernissen en er is daarom ook negens een chicken run. Er zit een mooi stukje draaien en keren in van een bestaande mountainbikeroute en naar mijn smaak voldoende rechte stukken om te passeren of een gat dicht te rijden. Ik heb er zin in!

Tegen het einde van de eerste ronde ga ik bijna onderuit over een gladde wortel in een bocht en besluit daarom in de tweede ronde deze bocht wat ruimer aan te snijden in de hoop die wortel te ontwijken. Dat laatste lukt, maar door de bocht zo ruim te nemen blijf ik met mijn bar-end achter een tak haken. Door mijn voorwaartse snelheid buigt de tak eerst een flink stuk door, om me vervolgens in tegengestelde richting te katapulteren. Ik word achterwaarts gelanceerd en land op mijn achterhoofd en om de een of andere reden tegen de richting van het parcours in. Ik besef dat ik heel blij mag zijn met het feit dat ik een helm op heb, maar ben toch wat gedesoriënteerd. Wat waren we ook al weer aan het doen? O ja, wedstrijd. Welke kant reden we op? Ik heb andere renners nodig om te zien hoe het ook al weer zat en stap weer op de fiets. Pas dan voel ik dat mijn rechterscheen een flinke klap heeft gehad. Waarschijnlijk heb ik daar een pedaal tegenaan gehad. “Een blauwe plek”, denk ik, maar dan voel ik een dikke vloeistof over mijn scheen mijn sok in druipen: bloed.

Afgelopen herfstvakantie reed ik samen met een paar fietsmaatjes van TC de Liemers een toertocht in Dinxperlo op de crosser. Heerlijk weer, makkelijke route en daarom voor mij zeer geschikt om wat meer aan de pas aangeschafte cyclocrosser te wennen. Ergens in een bocht gaat het mis. Bij een passage door een schuine kuil val ik stil en ik besef dat ik ga omvallen. Hoewel ik dondersgoed weet dat ik een “banaan” van mezelf moet maken in zo’n geval, steek ik toch mijn rechterknie uit. Deze landt op scherpe stenen en het is behoorlijk pijnlijk. Ik wrijf een keer over mijn kniestuk, stap weer op en eigenlijk gaat het fietsen nog prima. Een kilometer of tien verder zie ik dat er toch behoorlijk wat bloed door mijn kniestuk heen komt en bij de pauzeplaats besluit ik de EHBO-er om een pleister te vragen. Ik rol mijn kniestuk omhoog en samen met de EHBO-er kijk ik op mijn knieschijf. Een pleister zal niet genoeg zijn. De scherpe steen heeft een winkelhaak in mijn huid gereten en vijf hechtingen zijn het gevolg. Einde toertocht, de eerst komende twee crosswedstrijden kon ik vergeten en natuurlijk was het herfstvakantie.

img_5969
De groep waar ik weer aansluiting bij weet te vinden… (foto Cees Sinke)

Ik kan niet door mijn beenstuk kijken, maar ik voel dat het kapot is daar op mijn scheen en ondanks de adrenalinerush voel ik elke hobbel. Ik zie het al voor me. Weer iets stuk. Weer hechtingen of gips. Ik voel ook dat de klap op mijn hoofd raak is geweest, want ik heb moeite met de coördinatie. En met nadenken. De twee dames, die me gepasseerd zijn door mijn val, haal ik desondanks langzaamaan weer in en bij het passeren voel ik dat mijn hoofd gelukkig helderder wordt. Wat ga ik doen? Ik moet mezelf weer in een productieve stand krijgen, anders kan ik beter afstappen. Ik moet een knop vinden, die ik om kan zetten en snel ook. Weer schiet het beeld van de hechtingen door mijn hoofd, maar nu neem ik daardoor juist een besluit: als er toch iets kapot is en ik misschien weer wekenlang niet kan fietsen, moet ik maar het beste maken van deze voorlopig laatste keer!

Klik. Dat was de gezochte knop. Ik test mijn scheen door op een recht stuk flink gas te geven en ik heb de groep, die ik door mijn val kwijtgeraakt was, weer in het zicht. Mijn scheen vindt het blijkbaar prima en op elk volgend recht stuk herhaal ik deze actie, net zo lang tot het me gelukt is om weer aan te sluiten. Eenmaal bij de groep zit ik weer helemaal in de flow en weet ik er in de finale een vierde plek uit te slepen.

img_5965
Die ga ik gewoon rijden. Toch..?

Na de finish meldt mijn scheen zich direct weer en met de moed der wanhoop stroop ik mijn beenstuk op. Ja, inderdaad stuk, maar niet dusdanig dat het gehecht hoeft te worden. Ik ben een beetje opgelucht. Geen hechtingen. Mijn scheen is wel blauw en dik. Nu al. Ik koel met sneeuw, maar al snel heeft een EHBO-er me in de gaten en geeft me een echte coolpack. Hij bekijkt mijn scheen en raadt me aan als de zwelling niet afneemt en als het nog blauwer wordt, me te melden bij de huisartsenpost. Misschien is mijn scheen wel gebroken of in elk geval fors gekneusd. De man bleek een ervaren kickbokser en had dat zelf ook meegemaakt. Was ik zojuist nog opgelucht dat die hechtingen niet hoefden, nu was ik toch wat bezorgd dat het misschien weer gips werd. Ik zat zo een tijdje met die coolpack in de sneeuw en hield mezelf voor dat het allemaal wel goed zou gaan. Ik heb alleen maar heel hard mijn hoofd en mijn scheen gestoten. Morgen fiets ik weer. Dan is de slotwedstrijd van de GOW, mijn laatste wedstrijd op de crosser voor dit seizoen. Die ga ik gewoon rijden. Toch?

Lees verder

© ingefietst.nl

One Comment Voeg uw reactie toe

Ik nodig je uit om te reageren:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s