Jean Nelissen Classic 2015

Tijdens het ontbijt zaten Jos, Guus, Bas, Martin en ik nog heerlijk buiten voor onze blokhut op camping de Kohnenhof op zo’n 15 kilometer van de start van de Jean Nelissen Classic in Vianden. De lucht was al wel wat dreigend, maar pas toen we daadwerkelijk op het punt stonden te starten met onze 220 kilometer door het Luxemburgse land begon het serieus met regenen. Het vergde behoorlijk wat mentale kracht om op dat moment door te pakken. Fietsen uit die bus en gaan! We waren hier voor de volledige afstand van deze tocht en dan moesten we dat maar gaan doen ook, maar ik kan niet zeggen dat ik er op dat moment echt zin in had.

Mont Saint Nicolas
Mont Saint Nicolas

Al na een paar kilometer diende de eerste serieuze klim zich aan: de Mont Saint Nicolas. Later begreep ik dat dit een behoorlijke pittige klim was van ruim 4 kilometer lang, volgens sommigen een van de zwaarsten van de dag met een gemiddelde stijging van 7,8% en een behoorlijk maximum van 25%. Ik moet bekennen dat ik daar op dat moment niet zoveel van heb gemerkt. Ik zat te prukken in de regen, absoluut nog niet wakker. De fotograaf van Sportkiek verraste me in die klim zo vroeg op de dag en ik kon alleen chagrijnig kijken. Ik maakte me zorgen of ik met mijn 34-32 wel klein genoeg zou kunnen schakelen voor alle beklimmingen, die we vandaag in de beloofde 4000 hoogtemeters gingen afwerken.

Mont Saint Nicolas, chagrijn in de regen...
Mont Saint Nicolas, chagrijn in de regen…

Na de klim volgde een afdaling, die me mijn zorgen om mijn verzet onmiddellijk naar de achtergrond deed verschuiven. Wat een ellende was dit in de stromende regen! Smalle weggetjes met veel bochten en zand en grind, rommel van bomen, die de boel verschrikkelijk glad maakten en zoveel nattigheid uit de lucht en opspattend van de weg dat ik met bril niks zag en zonder ook niet. Opgelucht was ik toen ik ongedeerd de hoofdweg had bereikt en meteen ging het weer linksaf de volgende klim op. Al snel had ik besloten dat klimmen momenteel fijner was dan dalen en ik was al halverwege deze brede weg omhoog, toen iemand me bevestigde dat dit de beroemde Mur de Putscheid was met een gemiddelde helling van ruim 10%. Hier had ik me van tevoren heel druk om gemaakt door alle verhalen, maar zo vroeg op de ochtend vond ik het reuze meevallen allemaal. Helaas volgde ook nu weer een afdaling en ik bedacht mij dat het misschien toch beter was geweest om de van huis meegenomen nieuwe remblokjes ook daadwerkelijk te monteren of op zijn minst mee te nemen tijdens de rit, want nu lagen ze op de camping nutteloos te wezen. Ik voelde mijn remblokken afslijten en mijn zorgen over het verzet hadden volledig plaatsgemaakt voor zorgen over mijn remmen.

Het patroon was inmiddels duidelijk: klimmen vanaf de hoofdweg en dan met doodsangst terug dalen naar de rivier de Our. Zonder bril gaf inmiddels meer zicht dan met, maar het zweet dat samen met regen en zand in mijn ogen liep was behoorlijk pijnlijk, zodat ik mijn ogen amper open kon houden. Doordat het dalen nauwelijks sneller ging dan het klimmen lag ons gemiddelde onder de 20 kilometer per uur, terwijl we vorige week bij Andrés Bulten Tocht in het Sauerland nog ruim boven de 25 gemiddeld weg konden trappen. Het feit dat Bas een paar keer een lekke band had kostte ook de nodige tijd. Hij bleek uiteindelijk een scheurtje in zijn buitenband te hebben en dit werd provisorisch met een bankbiljet gerepareerd. Dit beloofde al met al een hele lange dag te worden.

jnc06
De tweede keer lek van Bas, scheurtje gerepareerd met een bankbiljet.

Ook in onze groep werd een patroon duidelijk. Martin en Bas bleken in ongeveer dezelfde snelheid te klimmen, terwijl Jos en Guus zich aan mijn tempo aanpasten. Bij de afslag voor de eerste extra lus voor de 220 kilometer stonden Martin en Bas ons op te wachten en even twijfelde ik of ik niet af zou steken, maar het leek droog te gaan worden en ik kon altijd later nog een lus overslaan als het echt niet meer ging. Bovendien was ik nieuwsgierig naar de Mur extrême de Clerveaux en zo gingen we min of meer gezamenlijk richting de eerste kleine verzorgingspost. Ik bleek de eerste dame, die ze van een sapje en een reepje mochten voorzien en later bij de tweede kleine post in de volgende extra lus deelden diezelfde heren me mee dat ik de enige vrouw was, die op die dag aan die afstand bezig was. Op de Mur extrême de Clerveaux had ik voor het eerst het idee dat we inderdaad boven die 25% kwamen en op een bepaalde manier was ik blij dat ik die extra lus toch maar gedaan had.

Verregend stuurbord...
Verregend stuurbord…

Gelukkig was het droog geworden en begon ik een beetje meer te genieten van de werkelijk prachtige omgeving, waarin ik aan het fietsen was. We zouden die dag 25 hellingen beklimmen, die door de organisatie voorzien waren van een bord met daarop de nodige informatie en inmiddels had ik daar ook oog voor gekregen. De beklimmingen waren mooi, verschillend in lengte en stijging, maar over het algemeen goed te doen en de zorgen over mijn verzet waren achteraf gezien niet nodig geweest. Door ons lage gemiddelde in de regen en de lekke banden in de ochtend liepen we wel behoorlijk achter op het gedachte tijdschema, maar nu het droog was konden we een stuk sneller dalen en daarmee steeg onze gemiddelde snelheid een beetje. Sommige afdalingen waren zelfs ronduit geweldig en met behoorlijke snelheid te nemen tot wat mij betreft 70 in het uur en voor sommigen zelfs boven de 80. Op de hoofdweg richting de grote controle in Ingeldorf kon zelfs even echt doorgefietst worden, doordat het kilometers lang vals plat naar beneden was. In Ingeldorf bleken we door onze extra lussen van de 220 kilometer bij de laatste passanten te horen en er was bijna geen banaan of reep meer op voorraad. Hiervoor heeft de organisatie van de Driebergse Toerclub zich later per mail geëxcuseerd. Bas heeft daar de tijd genomen om een nieuwe voorband te kopen en ik genoot even van een moment van rust in de zon, die de dag opeens zoveel aangenamer had gemaakt. Mijn kleding was inmiddels ook opgedroogd, alleen hadden natte sokken gezorgd voor een blaar onder mijn linkervoet en een nat zeem voor akelig pijnlijke schuurplekken, juist daar waar ik op moest zitten.

Bij de laatste splitsing moest Bas wegens klachten van misselijkheid zijn missie voor 220 kilometer staken. Hij besloot door te steken en zou over een kilometer of 20 bij de finish zijn, terwijl wij nog een kilometer of 60 zouden gaan afleggen in de lus richting het Müllerthal. De verleiding was enorm om niet met Bas mee te gaan. Ik kon over een uurtje klaar zijn! Niet te lang over nadenken. Ik had niet de halve ochtend in de regen gefietst om er nu mee te stoppen. Door! Het Müllerthal bleek prachtig. De wegen waren, net als bij de rest van de route overigens, heerlijk rustig. We fietsen door prachtige natuur, af en toe zelfs over goede fietspaden door bossen en langs rotswanden, die soms een echte canyon vormden. De nummers op de borden bij de hellingen en de kilometers aftellend bereikten we op een kilometer of 20 voor de finish de laatste stop, waar nog wel van alles te krijgen was. Ik nam een banaan en rechtte mijn rug even door op het gras te gaan zitten. Mijn lijf had die laatste kilometers behoorlijk wat te zeuren gehad: mijn nek deed zeer, de blaar onder mijn voet was irritant en zitten op een zadel was verschrikkelijk, maar ik zou het gaan halen.

De laatste klim!
De laatste klim!

Meteen na die pauze bleek de Coteau de Hondsbierg een steil rotding met ook weer een maximum van 25%, dat na deze afstand wel degelijk voelbaar was. Her en der op de helling moesten deelnemers van hun fiets om de rest van de klim te gaan lopen, maar ik wist ergens nog een stukje eigenwijsheid aan te boren om te zorgen dat mij dat niet overkwam. Er volgden nog twee hellingen en toen zat het erop. We hadden iets meer dan 220 kilometer afgelegd en de ruim 4000 hoogtemeters op papier bleken achteraf alleen de opgetelde hoogtemeters van de hellingen met een bord te zijn. Het totaal kwam namelijk uiteindelijk op ruim vijf kilometer de hoogte in. Zoveel hoogtemeters had ik afgezien van Alpe d’HuZes nog nooit op een dag gemaakt! De finish was net opgeruimd toen we aankwamen, wat toch wel enigszins onwelkom voelde, maar het feit dat we de heren van de kleine verzorgingsposten nog troffen en ik door hen werd gefeliciteerd als de enige dame die de 220 kilometer had volbracht, deed me dat snel vergeten. We waren als vijftal weer compleet en feliciteerden elkaar met de geleverde prestatie. Toen ik in 2006 in mijn uppie de 220 kilometer van Tilff-Bastogne-Tilff had volbracht had ik mezelf beloofd dat ik dat nooit meer zou doen, zo’n lange, zware tocht. Kortere tochten laten immers genoeg van de prachtige omgeving zien en je bent er veel eerder klaar mee. Dat scheelt afzien en vergt minder mentale weerbaarheid. Toch was ik daar op dat moment op die parkeerplaats in Vianden heel blij dat ik niet naar mezelf had geluisterd.

11 reacties Voeg uw reactie toe

  1. Hartelijke Hot Hulk schreef:

    Genoten van je verslag
    Inderdaad het moet genieten blijven
    In mijn boek Helletocht is dat ook mijn laatste zin
    “Het extreme is enkel goed voor de verhalen”.

    Ik vind je een Kanjer!

    Liked by 1 persoon

  2. Pingback: Tikje | ingefietst
  3. Vincent Blom schreef:

    Prachtige Prestatie. En ook genoten van je verslag

    Liked by 1 persoon

  4. Jopie schreef:

    Fantastisch Inge en een mooi verhaal.

    Liked by 1 persoon

  5. zijwielrent schreef:

    Ongelooflijk, wat een afstand (en hoogtemeters). Knap dat je hebt volgehouden, ik doe het je niet na!

    Liked by 1 persoon

Ik nodig je uit om te reageren:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s